De Indiase geneeskunde is gebaseerd op de Ayurveda en wordt al vele generaties in India beoefend. Ayurveda is een Sanskriet woord dat letterlijk de wetenschap van het leven betekent. Deze geneeskunde richt zich op de subtiele energie van al het leven. Het lichaam is natuurlijk belangrijk, maar ook iemands gedachten, zijn emoties en leefwijze. De Ayurveda benadrukt dat iedereen geboren wordt met een volstrekt individuele constitutie. Deze constitutie is een vast gegeven dat zijn persoonlijke basis vormt voor gezondheid. Door te letten op de constitutie kan een gezondheidsevenwicht hersteld worden. Het betekent ook dat als iemand geen acht slaat op zijn constitutie dit uiteindelijk resulteert in ziekte.
In de ayurvedische zienswijze zijn geneeskunst en voeding complementaire factoren en géén van elkaar losstaande wetenschappen. Niemand mag verwachten dat hij zijn vitaliteit kan behouden, van een ziekte kan herstellen als hij niet goed weet welke enorme invloed zijn voeding op zijn lichamelijke gezondheid, geestelijke helderheid en spirituele vooruitgang heeft. De Ayurveda en yoga hebben gemeenschappelijke wortels en vullen elkaar aan. Yogi’s benadrukken dat voeding een onlosmakelijk element is van iedere succesvolle beoefening van een spirituele discipline. De Ayurveda richt zich niet alleen op genezing, ze richt zich ook op het voorkomen van ziekte en daarmee het handhaven van vitaliteit. Het lichaam bestaat in deze indiaase geneeskunde uit prana (de oerenergie). Deze vitale levenskracht manifesteert zich in de vorm van de elementen aarde, water, water, vuur, lucht en ether. Iedere verstoring van het evenwicht tussen deze elementen uit zich als ziekte, ongemak, labiliteit of pijn.
Vata (het lucht/etherelement):
Pitta (het vuurelement):
Kapha (het aarde/waterelement):