> Naar alle nieuwsberichten

SIBO: bacterie-overgroei in de dunne darm

19 oktober 2016 | ndn | Protonpompremmers worden door meer dan 1,1 miljoen Nederlanders gebruikt. Ze zijn wereldwijd een van de meest gebruikte medicijnen. Protonpompremmers remmen de aanmaak van maagzuur in de maagwand en worden regulier voorgeschreven tegen brandend maagzuur en maagzweren. Ze blijken de kans op darminfecties te kunnen verhogen. Een steeds groter probleem vormt SIBO.

SIBO staat voor: Small Intestinal Bacterial Overgrowth; een bacterie-overgroei in de dunne darm. In de dunne darm wordt normaal gesproken het eten verteert. Op zichzelf al een complex proces, maar wanneer daarbij nog een teveel aan slechte bacteriën aanwezig zijn die niet thuis horen in de dunne darm, verstoren ze het verteringsproces.

Daardoor kan er het één en ander mis gaan. Voedingsstoffen kunnen dan bijvoorbeeld niet goed worden opgenomen en de bacteriën eten mee van vitaminen en mineralen voor eigen gebruik, zoals ijzer, zink, mangaan, magnesium en B12.

Wanneer de bacteriën zich te goed hebben gedaan aan uw voeding, produceren ze gassen (o.a. methaan en/of waterstof) wat voor een opgezette pijnlijke buik zorgt. Afhankelijk van de verschillende gassen die geproduceerd worden ontstaat er vervolgens constipatie of diarree, of allebei.

Hoewel SIBO in de VS een algemeen geaccepteerde aandoening is, is het in Nederland minder bekend. Artsen (ook MDL-specialisten) overwegen SIBO vaak niet als een eventuele oorzaak van maag-darmklachten.
SIBO: hardnekkige aandoening SIBO is een lastig te behandelen en hardnekkige aandoening, die veel symptomen kent. Denk daarbij aan: gasvorming en een opgeblazen gevoel, diarree, buikpijn of –krampen, constipatie, afwisselend constipatie en diarree, brandend maagzuur of reflux, voedselovergevoeligheid (waaronder gluten, zuivel, lactose, fructose, FODMAP).

Maar ook vettige en vaak drijvende/plakkerige ontlasting, misselijkheid, hoofdpijn/migraine, vermoeidheid, huiduitslag, gewrichtsklachten, stemmingen (depressie, angst), concentratie- stoornissen, hang naar snelle suikers en koolhydraten, slechte adem.

De oorzaak van SIBO wordt gezocht in een verstoorde of vertraagde darmperistaltiek met als gevolg een veranderd darmmicrobioom. Deze vertraging van de darmbeweging kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld stress, een tekort aan maagzuur of gal, een operatie of ontstekingsremmers en medicatie waaronder protonpomp-remmers (maagzuurremmers).
Maagzuurremmers veranderen microbioom  Volgens onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Maastricht UMC in een publicatie in het vakblad Gut[1], kunnen de meest gebruikte maagzuurremmers (protonpompremmers) de samenstelling van het darmmicrobioom drastisch veranderen. Mogelijk verklaart dit waarom mensen die deze middelen slikken vaker darminfecties hebben door bacteriën zoals Salmonella of Clostridium difficile.

De onderzoekers vroegen 1815 proefpersonen uit Groningen en Maastricht hun ontlasting in te vriezen en te bewaren. De ontlasting werd vervolgens bij de mensen thuis opgehaald. Met behulp van DNA-technieken werd de ontlasting in het laboratorium onderzocht. Het bleek dat gebruikers van maagzuurremmers een 20 % lagere diversiteit van het microbioom hebben dan mensen die geen maagzuurremmers gebruiken.

Sommige groepen bacteriën zoals Enterococcus, Streptococcus, Staphylococcus en de pathogene Escherichia coli waren duidelijk meer aanwezig, terwijl andere minder aanwezig waren. Bij een deel van de proefpersonen werd ook naar de samenstelling van het speeksel gekeken.

Een onderzoek uit 2014 [2] gaf ook al aan dat het darmmicrobioom slechter wordt door maagzuuremmers. Bij mannen en vrouwen die geregeld PPI-maagzuurremmers nemen, huist dus een lagere diversiteit aan bacteriesoorten in hun darmen. PPI's zijn protonpompremmers, die tegen maagzweer en maagzuurreflux genomen worden. Verlies van microbiotische diversiteit in de miljarden tellende darmbacteriënpopulaties heeft grote gevolgen voor immuniteit, vitaminesynthese en zelfs stemming.

PPI's zijn in het verleden al vaker geassocieerd met nutritionele, metabole en immunologische stoornissen. Langdurig gebruik verhoogt het risico op ijzer-, magnesium- en vitamine B12-tekort, op botbreuken, op bacteriële overwoekering en op pneumonie. Infectie door Clostridium difficile komt 75 % vaker voor door het gebruik van PPI's. Clostridium difficile is een gevaarlijke bacterie bij kwetsbare patiënten.

Maagzuurremmers maken het maagsap iets minder zuur. Normaal gesproken gaan veel bacteriën dood door het maagsap, nu worden bacteriën uit de mond zoals Rothia aangetroffen in de darmen. De verandering van samenstelling van de darmflora kan verklaren hoe maagzuurremmers de kans op darminfecties waaronder ook SIBO verhoogt.
Behandeling SIBOSIBO wordt regulier behandeld met specifieke antibiotica. In het complementaire veld maakt men gebruik van kruiden als oregano, knoflook, olijfblad en pepermuntolie met een antibacteriële werking en specifieke microbiotica-stammen, in combinatie met dieetadviezen. Volgens een onderzoek [3] werken de natuurlijke middelen net zo goed als de reguliere, maar de effecten laten langer op zich wachten.

Ook aanvulling van nutriëntentekorten waaronder magnesium, zink en B 12 zijn noodzakelijk. Aanvulling van genoemde nutriënten is o.a. nodig voor een betere leverbiotransformatie, galstroom en werking van pancreasenzymen voor de vertering. Een hogere inname van magnesium heeft tevens een beschermende werking tegen het optreden van galstenen.

Een onderzoek [5] vond plaats in de periode van 1986 tot 2002 en betrof 42.705 mannen. Met behulp van een vragenlijst werd informatie verkregen over het voedings- en suppletiepatroon, en daarmee over de dagelijkse inname van magnesium.

Deze studie toonde aan dat 20% van de mannen met de hoogste totale inname van magnesium een 33% significant lager risico op galstenen te hebben dan de 20% mannen met de laagste totale magnesiuminname. Een goede galstroom geeft o.a. een betere vertering.

Er is lang van uit gegaan dat galzuren alleen een vetverterende functie hebben. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat galzuren belangrijke metabolische modulators [4] zijn en een veel bredere werking hebben. Galzuren hebben belangrijke endocriene effecten en werken via het cytoplasma en de nucleaire receptoren in verschillende organen en weefsels.

Galzuren beïnvloeden verschillende functies die zowel het energiemetabolisme controleren als de glucose- en vethuishouding. Ze doen dat via activatie van galzuurreceptoren, bekend als nucleair farnesoïd X-receptoren (FXR) en G-proteïne-gekoppelde galzuurreceptoren (TGR5). Daarbij blijken galzuren ook een belangrijke interactie te hebben met het darmmicrobioom.
Testen op lever- en gal aandoeningenAlkalische-fosfatase en gamma-GT zijn enzymen. Een verhoogde concentratie hiervan in het bloed kan wijzen op verschillende aandoeningen van de lever of galwegen. Een licht verhoogde gamma-GT-waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT- waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen.

Een verhoogde alkalische-fosfatase- waarde, in combinatie met normale ALAT en ASAT, wijst in de richting van een galwegaandoening. Alkalische-fosfatase wordt ook aangemaakt in de cellen van de darm, nieren, placenta en botten. Een verhoogd gehalte kan dus ook wijzen in de richting van een aandoening buiten de lever en galwegen.
Testen op SIBOGoede testen van SIBO zijn er (nog) niet. Mogelijkheden aan testen die er nu zijn [10-16]:
- Organix Dysbiosetest van Medivere (organische zuren test)
- Indicaan- Skatol urinetest
- Waterstof-ademtest 
- Fructose-ademtest (fructose-malabsorptie)
Organix-dysbiose urinetest
Om de oorzaak van klachten in het maag-darmkanaal op te sporen, kan de arts een waterstof-ademtest laten doen.

Dit onderzoek geeft informatie over de opname van bepaalde voedselbestanddelen (onder andere zetmeel en suikers) in de dunne darm. Als deze niet volledig worden opgenomen, komen de voedselbestanddelen in de dikke darm terecht.

Hieruit worden gassen (ook waterstofgas) gevormd, die weer in het bloed worden opgenomen. Het bloed passeert de longen, en zo is het mogelijk waterstof te meten in de uitgeademde lucht. Deze test wordt ook gebruikt om de aanwezigheid van bacteriën in de dunne darm op te sporen of te bepalen of er een vertraagde passage is van het voedsel.

De test zelf is eenvoudig en niet pijnlijk. Uw uitgeademde lucht wordt opgevangen als u zo diep en lang mogelijk uitblaast in een speciale spuit. Het laatste deel van de uitgeademde lucht wordt in een apparaat onderzocht.

Nadat u tweemaal op deze manier geblazen hebt, krijgt u een suikeroplossing te drinken. Hierna moet u nog verschillende keren blazen. Er zijn vier soorten testen: lactose-, glucose-, lactulose-, en de fructose-ademtest. Bij de lactulosetest blaast u ieder kwartier, en bij de andere testen ieder half uur.

Tijdens de test mag u niet eten of drinken en niet roken. U kunt tussendoor wel bijvoorbeeld wandelen, zitten of lezen. De duur van het onderzoek is afhankelijk van het voedselbestanddeel dat onderzocht wordt. Het kan maximaal drie uur duren.
Dieetadviezen bij SIBOVolgens Dr. Siebecker, een specialist op het gebied van SIBO zijn specifieke dieetadviezen effectief bij SIBO. Dieetadviezen die natuurdiëtisten hanteren zijn [19]:
- FODMAP-adviezen.
- Vermijden van voedselreacties getest door middel van een IgG totaal test.
- Letten op zware voedselcombinaties en kooktechnieken die de vertering verzwaren.
- Vermijden van exorfinen (indien aangetoond door een urinetest).
- Vermijden van galverstorende voeding (bakken, frituren) en toevoegen van voeding die de galstroom reguleert (biliaire insufficiëntie opheffen).

Een nadeel van deze gecompliceerde en moeilijk vol te houden dieetadviezen zijn dat er wel positieve effecten zijn, maar dat er daarnaast nog een ander behandeltraject nodig is. Het dieet geeft beduidend minder klachten, maar de regulatie van de overgroei van de dunne darm vraagt om meer interventies. Ook het risico van het niet ‘in leven kunnen houden’ van de goede bacteriën in dunne en dikke darm door het beperken van belangrijke glyconutriënten (vezeltypen) is groot [6].

Tel daarbij ook nog op, dat patiënten steeds gevoeliger gaan reageren op middeleninterventies omdat auto-immuunreacties bij dit ziektebeeld veel voorkomen. Eliminatie van bepaalde voedingsmiddelen (waaronder glyconutriënten) kan ook de darmbacteriën elimineren, hieronder vallen ook de butyraatproducerende bacteriesoorten.

Butyraat heeft meerdere gunstige functies. Butyraat houdt het milieu in de darm op de juiste zuurgraad. Butyraat vormt een voedingsbodem voor bacteriën en stimuleert de groei van lactobacillen en bifidobacteriën. Bacteriën verminderen op hun beurt het ammoniakgehalte, ontgiften en produceren vitaminen.

Butyraat kan ook beschadigd DNA herstellen. Butyraat bevordert de hechting van IGF-1 aan het darmslijmvlies. Deze stof regelt de groei van de cel en de opname van voedingsstoffen. Moeten de dieetadviezen maanden worden volgehouden dan bestaat er een grote kans op darmfloraverslechtering.

FODMAP-diëten geven vaak lage goede bifidobacteriën te zien in de darmflora, vanwege beperking van bepaalde groenten, fruit en bonen. Zuivelbeperking geeft vaak verlaagde goede lactobacteriën te zien in de darmflora.
Brede(re) behandelingsoptiesRifaximine is de meest gebruikte antibiotica om bacterie-overgroei in de dunne darm te behandelen. Gecombineerd met neamycine kan de effectiviteit vergroot worden [7]. Antibiotica staat echter ook bekend om het verder achteropbrengen van de goede darmbacteriën. Kortom het is voor de behandelaar met kennis van SIBO ingewikkeld laveren in een ziek darmmilieu.

Toch is er goed nieuws, want er komen steeds meer bredere behandelings(dieet)opties zowel regulier als complementair voor het herstellen van SIBO [8, 20-23].
Marijke de Waal Malefijt

Voedings- en laboratoriumtesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Natuurdiëtisten kunnen als geen ander uw voedingsstatus inschatten en adviezen geven op het gebied van voeding in relatie tot ziekte en gezondheid. Dit doen ze aan de hand van laboratoriumtesten.

Met laboratoriumbepalingen is de natuurdiëtist in staat uw voedingsstatus te bepalen en de dieetadviezen op maat te maken en door laboratoriummonitoring te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Wij werken samen met de Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle Medivere testen bekijken en bestellen.