> Naar alle nieuwsberichten

Deel 3: Voedingstoffen bij osteoartritis

21 augustus 2014 | ndn | Voedingstherapie bij osteoartritis behelst meer dan alleen zorgen voor voldoende calcium, magnesium en vitamine D3. Osteoartritis heeft onder andere te maken met veroudering, kwaliteit van de voeding, zuur-base-evenwicht, hormoonhuishouding, immuniteit, spijsvertering. Om de bothomeostase te optimaliseren moet er naar verschillende facetten gekeken worden en moet de voeding(stoffen) per persoon worden bepaald. We bespreken in vier delen de diverse voedingstoffen die inzetbaar zijn.

Uit onderzoek is gebleken dat na de overgang een daling van de verdediging tegen vrije radicalen optreedt. Dit heeft geleid tot onderzoeken naar een eventuele relatie tussen blootstelling aan vrije radicalen en botontkalking.
Antioxidanten en botontkalkingIn studies waarin gekeken werd naar de inname van vitamine C bleek dat vrouwen na de overgang met een hogere inname ook een hogere botdichtheid hadden.

Een ander onderzoek toonde aan dat een lagere inname van vitamine C en E bij rokers gepaard ging met een hogere kans op botbreuken. Antioxidantenmetingen in het bloed van 75 vrouwen met botontkalking werden vergeleken met de hoeveelheden in het bloed van gezonde vrouwen. Het bleek dat de hoeveelheid vitamine C, vitamine E en vitamine A (antioxidanten uit de voeding) en de activiteit van de antioxidantenzymen SOD en glutathion peroxidase duidelijk lager zijn bij vrouwen met botontkalking.

Deze gegevens hebben er toe geleid dat verder gezocht werd naar een relatie tussen de daling van de productie van oestrogenen na de menopauze en de verdediging van het lichaam tegen vrije radicalen. In een studie bij proefdieren bleek dat het blokkeren van hun oestrogeenproductie leidde tot een sterke daling van de belangrijke lichaamseigen antioxidant glutathion. Deze glutathiondaling, en de daarmee gepaard gaande lagere verdediging tegen agressieve zuurstofverbindingen als waterstofperoxide (H2O2), geeft via diverse mechanismen een verhoogde botafbraak door osteoclasten.

Deze inzichten wijzen op een belangrijke rol van antioxidanten bij het behoud van een normale botmassa. Toevoeging van alfaliponzuur aan gekweekte botcellen voorkwam de vorming van de botafbrekende osteoclasten.

Een dieet rijk aan antioxidanten is dus ook belangrijk voor de preventie van botontkalking. Wanneer antioxidanten als voedingssupplement worden ingezet kan het best gekozen worden voor een preparaat dat meerdere antioxidanten bevat. Een antioxidantcomplex is effectiever, omdat antioxidanten van elkaar afhankelijk zijn voor een optimale werking (synergistische werking).
Astaxanthine: een bijzondere antioxidantAstaxanthine heeft een ontstekingsremmende werking. In-vitro en dieronderzoek bracht aan het licht dat astaxanthine de productie remt van ontstekingsbevorderende cytokinen (TNF-α, IL-1β) en ontstekingsmediatoren (stikstofoxide (NO), PGE2) in geactiveerde macrofagen door inhibitie van NF-κB-activering.

NF-κB (nuclear factor kappa B) is een cel component die de ontstekingsrespons aanstuurt door het reguleren van de expressie van pro-inflammatoire genen. Genen die onder meer coderen voor de enzymen iNOS en COX-2, die verantwoordelijk zijn voor de productie van respectievelijk NO en PGE2 en de cytokinen TNF-α en IL-1β.

Deze ontstekingsmediatoren in cytokinen activeren andere afweercellen en kunnen chronische ontstekingsziekten veroorzaken. Overactiviteit van NF-κB is geassocieerd met chronische inflammatoire aandoeningen zoals osteoartritis.
Ontsteking voorkomenEr vindt in het lichaam voortdurend ombouw plaats van bot. Cellen met de naam osteoclasten breken bot af, de osteoblasten bouwen bot op. Het in standhouden van osteoblasten is afhankelijk van de activiteit van de pro-inflammatoire cytokinen TNF-alfa, Il-bta en IL-6. Een aantal bioflavonode en het anti-inflammatoire interleukine-L0 (IL-L0) remmen deze cytokinen. Voor het remmen van IL-6 moet de voeding veel koudwatervis, olijfolie en gerijpte knoflook bevatten. Ook timoquinon in komijn, resveratol in druiven, lutene in bijvoorbeeld waterkers, eigeel en zeaxanthine in groene kool, spinazie, broccoli en spruitjes remmen het IL-6.

De inhibitie (remming) van het cellulaire fosforilerende enzym P38 MAP-kinase zorgt voor vermindering van osteocasten-activiteit. De Epi-Gallo-Catechine-Gallaat (EGCG) uit groene thee en ook furosine uit Gunpowder (of Chinese parelthee, een soort groene thee met vrij pittige smaak) inhiberen (remmen) de P38 MAP-kinase. Hetzelfde geldt voor genistene en diadzene uit gefermenteerde soja en taug en myristicin, een etherische olie uit peterselie.

Onderzoek heeft aangetoond dat visolie verlies van botmassa remt. COX2-remming wordt bereikt via de stoffen vitamine E (amandelen, hazelnoten) en thymol (oregano, basilicum en rozemarijn), gingerol (gember) en s-allylcystene (gerijpte knoflook).
Visolie en botontkalkingDe twee belangrijkste vetzuren uit visolie, eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA), hebben verschillende functies in het lichaam. EPA dient als grondstof voor de productie van een aantal actieve verbindingen: prostaglandinen, leukotrinen, thromboxanen en isoprostanen. Deze stoffen spelen een belangrijke rol bij o.a. ontstekingsreacties en weefselherstel. DHA lijkt vooral een belangrijke bouwsteen voor de celmembranen, waarbij het de “vloeibaarheid” van de celwand benvloedt.

Prostaglandinen en aanverwante stoffen spelen bij een zeer groot aantal processen in het lichaam een belangrijke rol. Ze zijn o.a. betrokken bij groei van weefsel en reparatie van beschadigingen. Onderzoeken hebben aangetoond dat gebruik van visolie ook een effect heeft op de processen die leiden tot botontkalking. Bovendien trad er geen ontstekingsreactie in de gewrichten op.
De hiervoor beschreven invloed van visolie op de aanmaak van prostaglandinen (en daarmee op tal van andere ontstekingsfactoren) lijkt hiervoor verantwoordelijk.

Een hoger inname van visvetzuren, via het dieet of door supplementen, lijkt daarom een belangrijke maatregel voor het behoud van botmassa.
Groenlipmosselextract (Perna canaliculus)Een ontstekingsremmer als alternatief voor visolie is de groenlipmossel (Perna canaliculus). In een onderzoek werden de omega-3-vetzuren eisosapentaeenzuur EPA (C20:5), docosahexaeenzuur DHA (C22:6), stearidonzuur SD (C18:4), eicosatrieenzuur ETE (C20:3), docosatrieenzuur DTA (C22:3), alfalinoleenzuur (C18:3) en het nieuwe (zeldzame) eicosatetraeenzuur ETA (C20:4) in het lipidenextract uit de groenlipmossel gedentificeerd. Het heeft duidelijk een heel andere samenstelling dan visolie, dat vooral triglyceriden met EPA en DHA bevat. Dit extract bestaat uit een veelheid van bioactieve stoffen die gezamenlijk zorgen voor het effect.

Ontstekingsremmende pijnstillers hebben allemaal een remmende werking op het zogenaamde cyclo-oxygenase enzym (COX). Dit enzym zorgt er voor dat het in het lichaam aanwezige vetzuur wordt omgezet in prostaglandine. Prostaglandine is een hormoon dat de pijnreceptoren gevoeliger maakt en het pijngevoel stimuleert. Er bestaan 2 soorten cyclo-oxygenase, namelijk COX 1 en COX 2.

Indometacine (NSAID) is een reguliere prostaglandinesynthetaseremmer met een pijnstillende, ontstekingsremmende en koortswerende werking. Het is een van de sterkst werkende middelen, maar geeft echter ook de meeste kans op bijwerkingen (zoals maagpijn, maagzweren en maagbloedingen).

Het extract van de groenlipmossel remt beide COX-enzymen aselectief, terwijl indomethacine COX-1 veel sterker remt dan COX-2. Dit kan een verklaring zijn voor het optreden van bijwerkingen bij gebruik van NSAID’s (afkorting van non-steroidal anti-inflammatory drugs, niet-sterode anti-inflammatoire geneesmiddelen) zoals indomethacine. Vooral remming van COX-1 geeft negatieve effecten op maagdarmkanaal, hart en bloedvaten. Daarbij remt de groenlipmossel ook het enzym lipoxygenase (LOX). NSAID’s remmen LOX niet, waardoor arachidonzuur alsnog door LOX wordt omgezet in ontstekingsbevorderende leukotrinen.

Tijdens een ontsteking wordt arachidonzuur uit celmembranen vrijgemaakt. Hierbij zijn twee mogelijkheden: arachidonzuur wordt omgezet door LOX in ontstekingsbevorderende leukotrinen of door COX in ontstekingsbevorderende prostaglandines en tromboxanen. Hoe het extract precies werkt en welke lipiden verantwoordelijk zijn voor het ontstekingsremmende effect is nog niet helemaal duidelijk.

Marijke de Waal MalefijtDit artikel bestaat uit 4 delen: Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4