> Naar alle nieuwsberichten

Deel 2: Voedingstoffen bij osteoartritis

14 augustus 2014 | ndn | Voedingstherapie bij osteoartritis behelst meer dan alleen zorgen voor voldoende calcium, magnesium en vitamine D3. Osteoartritis heeft onder andere te maken met veroudering, kwaliteit van de voeding, zuur-base-evenwicht, hormoonhuishouding, immuniteit, spijsvertering. Om de bothomeostase te optimaliseren moet er naar verschillende facetten gekeken worden en moet de voeding(stoffen) per persoon worden bepaald. We bespreken in vier delen de diverse voedingstoffen die inzetbaar zijn.

Een Nederlands onderzoek in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Osteoporosis International toont aan dat natuurlijke vitamine K2 (menaquinone-7, MK-7) botverlies voorkomt en de botten van postmenopauzale vrouwen sterker maakt. In de studie werden 244 vrouwen in twee groepen verdeeld.
Vitamine K voorkomt botverlies na de menopauzeDe eerste groep kreeg drie jaar lang elke dag 180 g MK-7, de tweede groep kreeg een placebo (neppil). Aan het begin van de studie en na elk jaar werd de botdichtheid van alle vrouwen gemeten. Ook de concentratie van het eiwit osteocalcine in het bloed werd gemeten. Osteocalcine speelt een belangrijke rol bij het behoud van de botmassa. Het moet geactiveerd worden door vitamine K om te kunnen werken.

Geactiveerd osteocalcine is niet alleen een maat voor de botdichtheid, maar ook om na te gaan of er voldoende vitamine K in het lichaam aanwezig is. De vrouwen die MK-7 kregen hadden na drie jaar 21% meer actief osteocalcine in hun bloed dan aan het begin van de studie. Het inactieve osteocalcine daalde bij hen met 50%, terwijl dat in de placebogroep met 4% toenam.

Na drie jaar suppletie met 180 g MK-7 was de botdichtheid (gehalte aan mineralen in het bot) aanzienlijk verhoogd, de wervelkolom was minder ingezakt en de botten waren sterker geworden.
Vitamine K wordt volgens deskundigen de nieuwe vitamine D. Vitamine K speelt een grote rol bij het mineralisatieproces. De functie van vit K bij bescherming van botten Bij de bescherming van de botten berust de functie van vitamine K op het volgende biochemische mechanisme: carboxylering van een bepaald type eiwitten. Door carboxylering (toevoegen van een carboxyl- ofwel COOH-groep) , krijgen deze eiwitten sterke calciumbindende eigenschappen. Dit ‘carboxyleringsproces’ vereist de aanwezigheid van een enzym (gamma-glutamylcarboxylase) waarbij vitamine K als noodzakelijke cofactor optreedt.

Als cofactor is vitamine K betrokken bij de aanmaak van uiteenlopende zogenoemde Gla-eiwitten. Gla-eiwitten zijn substanties die hun naam ontlenen aan het feit dat er gamma-carboxyglutamaat-(Gla)groepen in aanwezig zijn. De beschikbaarheid van voldoende vitamine K is essentieel voor de activiteit van alle Gla-eiwitten die verspreid door het hele lichaam aanwezig zijn (waaronder botweefsel).

Als de beschikbaarheid van vitamine K tekortschiet worden onvoldoende Gla-groepen gevormd. Er ontstaat dan een ondergecarboxyleerd en verminderd werkzaam eiwit. Dit wordt ook wel als descarboxy-eiwit aangeduid. Een belangrijk Gla-eiwit is osteocalcine, dat door de rol die het speelt bij het opslaan van calcium in het botweefsel een sterk beendergestel bevordert en helpt om osteoporose en daarmee samenhangende fracturen tegen te gaan.

Van alle Gla-eiwitten die in het lichaam aanwezig zijn wordt er in osteocalcine de grootste hoeveelheid aangetroffen. Vastgesteld is dat de hoeveelheid ondergecarboxyleerd osteocalcine in het bloed een betere indicatie geeft van de vitamine K-status dan het vitamine K-gehalte zelf.
HeupfracturenUit onderzoek is verder gebleken dat ondercarboxylering van osteocalcine vaak voorkomt en gepaard gaat met een verhoogd risico op heupfracturen. Bij een Franse studie onder oudere vrouwen werd een verband gevonden tussen het optreden van heupfracturen en een verlaagd vitamine K-niveau in het serum.

Bij de Framingham Osteoporosis Study werd vastgesteld dat proefpersonen met de hoogste vitamine K-inname circa 65% minder risico liepen een heupfractuur te krijgen dan degenen met de laagste vitamine K-consumptie. Ook bij de Nurses’ Health Study werd een beschermende werking van een hoge vitamine K-inname tegen heupfracturen geconstateerd.

In-vitro studies wijzen erop dat vitamine K2 bij het behoud van sterke botten een grotere activiteit ontplooit dan vitamine K1. Verder werd door onderzoek bij gezonde vrijwilligers vastgesteld dat vitamine K2 (als MK7) bij het carboxyleren van osteocalcine effectiever is dan vitamine K1. Vitamine K2 is belangrijk bij de preventie van osteoporose en dit wordt bevestigd door een meta-analyse van zeven gerandomiseerde en gecontroleerde studies. Suppletie met vitamine K2 blijkt het risico op een heupfractuur of wervelbreuk met respectievelijk 77% en 60% te verminderen.

bij Japanse vrouwen werd door Kaneki een duidelijk verband geconstateerd tussen het minder vaak voorkomen van heupfracturen en een hogere inname van natto. Natto is een Japans product op basis van gefermenteerde soja waarin een hoge concentratie van de vitamine K2-vorm MK7 aanwezig is.
Zuur-base-evenwichtEen veel voorkomende verstoring van de bothomeostase is de chronische marginale acidose van de lichaamsvloeistoffen. Om de pH-waarde van de lichaamsweefsels op een constant niveau te houden zijn meerdere systemen van invloed. Belangrijk is een dagelijkse aanvoer van grote porties biologische groenten (minimaal 400 gram) en fruit (minimaal 300 gram). Vooral de kaliumtoevoer is essentieel. Evolutionair zou de verhouding natrium: kalium 1:10 moeten zijn, maar deze is tegenwoordig steeds vaker gemiddeld 5:1.

Aminozuren worden als buffer gebruikt in het bloed maar ook ingezet om zuren uit te scheiden. Vooral L-glutamine, omdat dit aminozuur twee NH3-groepen heeft. Bij voortdurende acidose wordt veel L-glutamine gebruikt. Er moeten dus voldoende kwalitatieve eiwitten in de voeding aanwezig zijn. Dierlijke eiwitrijke producten bevatten naast glutamine ook veel fosfor. Fosfor moet in een bepaalde verhouding aanwezig zijn in het bot (calcium : magnesium : fosfor = 2:1:1).

Een te hoge inname van fosfor verstoort echter de opname van calcium en magnesium. De osteoclasten worden geactiveerd en de osteoblasten worden geremd. Waarschijnlijk wordt deze mineralenbalans het meest verstoord door een te lage inname van magnesium en te veel fosfor via dierlijke producten (waaronder ook koemelkproducten), frisdranken en additieven. Zuurvormende voeding is doorgaans het geconcentreerde vaste voedsel zoals vlees, vis, ei, kwark, kaas, noten en peulvruchten. Vooral kaas is sterk verzurend. De waterrijke groenten en vruchten zijn essentieel om de metabole acidose te compenseren. Sterk alkaliserend zijn gedroogde abrikozen, vijgen, pruimen en rozijnen.
Versterkende effecten van gedroogde pruimen Gedroogde pruimen verbeteren de botdichtheid bij mensen van alle leeftijden, maar ze zijn vooral nuttig voor vrouwen die de menopauze gepasseerd zijn en een hoger risico op osteoatritis hebben.
Amerikaanse onderzoekers lieten een groep postmenopauzale vrouwen een jaar lang dagelijks tien gedroogde pruimen eten. Een andere groep postmenopauzale vrouwen moest dagelijks dezelfde hoeveelheid (in gewicht) gedroogde appels eten. Alle vrouwen kregen ook elke dag 500 mg calcium en 400 IE vitamine D in supplementvorm.

De vrouwen die elke dag gedroogde pruimen aten, hadden na een jaar een aanzienlijk hogere botdichtheid, vergeleken met de vrouwen die gedroogde appels aten. De pruimen onderdrukten de snelheid van de botafbraak.

Bahram H. Arjmandi (n van de onderzoekers) had in zijn carrire al heel wat fruitsoorten getest, waaronder vijgen, dadels, aardbeien en rozijnen. Geen van deze vruchten had zo’n groot effect op de botdichtheid als gedroogde pruimen. Dat wil niet zeggen dat er voortaan alleen nog maar pruimen moeten worden gegeten, maar ze verdienen zeker een plaats in de voeding.
Zwavelhoudende aminozuren voor spieren en bindweefselOok voor spieropbouw is voldoende inname van eiwitten belangrijk. Goede spieropbouw geeft een vergroting van de trekkracht op de botten. Daarnaast wordt de ATP-vorming in de mitochondrin gestimuleerd, waardoor de lactaatwaarde normaliseert. Lysine (vis, avocado, peulvruchten), proline (kaas, noten, haring), glycine (kip, noten, vis) en het zwavelhoudende cystene (vis, noten, ei, vlees, ui, knoflook) zijn essentieel bij de bindweefselaanmaak.

Arginine (noten, peulvruchten, eieren, vlees) is een voorloper van het groeihormoon. Ornithine (vlees, vis, ei) is een voorloper van arginine, glutamine en proline. Voor het voorkomen van osteoporose geldt dat 20-30% van de totale energie-intake hoort te bestaan uit volwaardige eiwitrijke voedingsmiddelen.
MangaanMangaan is een mineraal dat betrokken is bij de vorming van botweefsel. Verder is mangaan o.a. betrokken bij de stofwisseling van aminozuren en koolhydraten. Mangaan is noodzakelijk voor opbouw en onderhoud van botten en kraakbeen. Ook is mangaan nauw betrokken bij de energieproductie, het reguleren van de bloedsuikerspiegel en de vorming van vetzuren en hormonen.

Bronnen van mangaan zijn (blad)groenten, peulvruchten, fruit, vlees, vis (forel) en noten, zaden, bieten, eidooier, volkoren producten, zilvervliesrijst, ongezwavelde tuttifrutti (pruimen), ananas, amandelen, kastanjes, hazelnoten, walnoten en zonnebloempitten.

Overmatig gebruik van ijzer, fosfor en calcium (zuivel) kunnen de opname van mangaan nadelig benvloeden. Fosfor komt voor in melk en melkproducten, kaas, vlees, vleeswaren, vis, peulvruchten en volkerenproducten. Voor een goede opname van fosfor uit de voeding is vitamine D nodig (en vitamine D heeft weer vitamine K2 nodig) is . Bij een overmatig gebruik van maagzuurremmers en/of andere geneesmiddelen kan er een tekort optreden aan fosfor.

Mangaan is dus in het bijzonder van belang voor enzymsystemen die betrokken zijn bij de opbouw en regeneratie van bind- en steunweefsels, kraakbeen, het skelet en de slijmvliezen (ook die van het maagdarmkanaal). Mangaantekort kan substantieel nadelige gevolgen hebben voor de aanmaak van hyaluronzuur, chondrotinesulfaat, en andere vormen van mucopolysacchariden, glyco-protenen, lipopolysacchariden en proteoglycanen. Allemaal belangrijke stoffen bij een gezonde opbouw van bind- en steunweefsel, kraakbeen, etc.
CalciumCalcium is een mineraal dat effectief is in het voorkomen en beperken van verlies van botmassa. Een te lage inname van calcium leidt tot een sneller verlies van botmassa na de overgang. Vrouwen van 40 jaar of ouder, die nog niet in de overgang zijn, hebben een duidelijk lager verlies van botmassa wanneer zij dagelijks 1000 mg calcium als voedingssupplement gebruiken.

In de eerste 5 jaar na de menopauze lijkt gebruik van calcium weinig effect te hebben op de mate van botverlies. Hierna treedt echter een duidelijk verschil op. Vrouwen die calcium als voedingssupplement gebruiken hebben duidelijk minder verlies van botmassa. Waar vrouwen die geen calcium extra innemen gemiddeld 2% van hun botmassa per jaar verliezen treedt bij vrouwen die wel calciumsupplementen gebruiken een verlies van 1.00 - 1.75% op.

Vooral in de eerste twee jaar is het verschil groot: in de jaren daarna is het verschil in verlies van botmassa gemiddeld 0.25%. Dit lijkt niet veel, maar over een periode van tientallen jaren kan dit verschil grote betekenis hebben. Wetenschappers hebben berekend dat gebruik van calciumsupplementen gedurende 30 jaar verlies van 10% van de botmassa aan het begin van de menopauze kan voorkomen, en het risico van botbreuken met 50% kan verlagen.

Onderzoeken naar de effectiviteit van langdurige suppletie met calcium laten een duidelijk lagere kans op botbreuken zien: er werd een daling van 30-35% van het aantal osteoporotische wervelfracturen en 25% minder heupfracturen gevonden. Suppletie dient levenslang plaats te vinden, omdat twee jaar na staken van inname van calciumsupplementen alle positieve effecten verdwenen zijn.
Botsterkte: meer dan alleen calciumEen Italiaans onderzoek toont dat een combinatie van calcium, vitamine D, inuline en soja-isoflavonen een gunstige invloed heeft op het botmetabolisme. Ze zagen bij postmenopauzale vrouwen een toename van IGF1 en een daling van collageen-telopeptide. Dit zijn tekenen dat er minder botafbraak plaatsvindt.

Er was ook een daling van osteocalcine, maar die was niet-significant. Het bijzondere aan deze studie is dat men voor een lagere dosis calcium (500 mg) had gekozen. Studies in het verleden maakten gebruik van een dosis van 1000 tot 2000 mg. Calciumsuppletie is echter in opspraak gekomen sinds een meta-analyse aangaf dat calciumsupplementen het cardiovasculaire risico kan verhogen.

De simplistische gedachte dat enkel calcium nodig is om botsterkte te handhaven, is bovendien achterhaald. Calciuminname is belangrijk, maar er is meer nodig om calcium op de juiste plaats te krijgen en te houden.

Inuline (zit in o.a. aardpeer en witlof) is een prebioticum, een stof die de samenstelling van de darmflora verbetert, vooral die van de dikke darm. Prebiotica verlagen de pH, waardoor mineralen beter oplosbaar worden en beter opneembaar. Soja-isoflavonen hebben oestrogeen-gelijkende effecten, die het botmetabolisme in de richting van opbouw sturen.
MagnesiumGemiddeld bevat het lichaam 25 gram magnesium, waarvan tweederde hiervan zich bevindt in het skelet. Slechts een klein deel van deze voorraad is vrij te maken uit het bot wanneer hier behoefte aan is. Magnesium speelt een belangrijke rol in de botstofwisseling. Een tekort aan magnesium leidt o.a. tot een verminderde afgifte van bijschildklierhormoon, waardoor een calciumtekort in het bloed kan optreden. In diverse studies is gevonden dat een tekort aan magnesium leidt tot zwakkere botten. Bovendien raakt bij een tekort aan magnesium de onderlinge verhouding tussen botopbouw en botafbraak verstoord.

Magnesium is geen onderdeel van het hydroxyapathiet dat de stevigheid van het bot bepaalt. Er zijn aanwijzingen dat een tekort aan magnesium via een ontstekingsreactie (o.a. via tumor necrosis factor alfa en substance P) leidt tot een verhoogde botafbraak. Door de lage inname van magnesium met de voeding in Nederland plus het verder scheeftrekken van de verhouding tussen de inname van calcium en magnesium wanneer alleen een calciumsupplement wordt toegepast, is het raadzaam om te kiezen voor een combinatie van calcium en magnesium (met bijvoorbeeld een bisglycinaatverbinding). Afhankelijk van de inname van calcium met de voeding (bijv. zuivel) kan gekozen worden voor verschillende verhoudingen tussen calcium en magnesium in het toe te passen supplement.
Marijke de Waal MalefijtDit artikel bestaat uit 4 delen: Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4