> Naar alle nieuwsberichten

Choline een zwaar onderschat voedingsbestanddeel

10 december 2012 | ndn | Een lage choline-inname aan het begin van de zwangerschap verdubbelt de kans op neurale buisdefecten. Postmenopauzale vrouwen en veganisten kunnen naast leverstoornissen, verminderde geheugenfunctie, maar ook spierschade krijgen, als gevolg van choline tekorten.

Choline maakt deel uit van het vitamine B-complex en is wateroplosbaar. Choline is geen echte vitamine, omdat het in geringe hoeveelheden door het lichaam zelf aangemaakt wordt.
Choline is een van de weinige natuurlijke stoffen die in staat is de hersenbarrière te doordringen. In de hersenen produceert choline een stof die noodzakelijk is voor het goed functioneren van het geheugen.
Choline inname blijkt marginaalDe choline-inname is bij veel mensen marginaal omdat de bronnen waar het in voorkomt zoals lever, eidooiers, bonen, groene bladgroenten, lecithine, tarwekiemen slechts in te geringe hoeveelheden worden gegeten. Ei heeft jaren in slecht daglicht gestaan vanwege hart- en vaatziekten en bladgroenten waren vanwege de nitraten vaak het doelwit van foutieve voedingsvoorlichtingscampagnes. 30 jaar geleden was het een doodzonde om eieren te adviseren. Het zou cholesterol verhogend werken en hart- en vaatklachten veroorzaken. De waarheid is zoals zo vaak in voedingsvoorlichtingscampagnes een stuk ingewikkelder.
Leverschade door choline tekortPostmenopauzale vrouwen en mannen ontwikkelen leverstoornissen, wanneer ze te weinig choline binnen krijgen. Een vervette lever (o.a. hoge triglyceridenwaarde in het bloed), maar ook spierschade (verhoogde creatinefosfokinase in het bloed) is een veel voorkomend probleem. Vervette levers komen steeds vaker voor. Dit is minder het geval bij pre- menopauzale vrouwen omdat de biosynthese van choline bij deze vrouwen plaatsvindt onder invloed van oestrogeen.

Oestrogeen is in staat in de lever een gen aan te schakelen dat verantwoordelijk is voor de choline-aanmaak. Dat 40% van de premenopauzale vrouwen bij een choline tekort toch lever- en spierschade ontwikkelen lijkt veroorzaakt te worden door een gebrekkige respons van een gen in de lever op oestrogeen als gevolg van polymorfisme (het voorkomen van variaties in het DNA).

Polymorfisme van het PEMT(phosphatidyl-ethanolamine N-methyltransferase) gen verandert het vermogen om choline in de lever aan te maken. Mogelijk zijn er ook andere polymorfismen in het spel die de behoefte aan choline via de voeding verhogen. Er zijn meer SNP’s (nucleotide polymorfismen) betrokken bij de synthese van choline. Dit is ook het geval bij het polymorfisme van het MTHFR-gen (dit vermindert de biologische activiteit van foliumzuur) dat betrokken is bij de synthese van het methyltetrahydrofolaat dat nodig is om het schadelijke homocysteine om te zetten in methionine.
Choline tekorten bij veganistenPostmenopauzale vrouwen en veganisten kunnen naast leverstoornissen, verminderde geheugenfunctie, maar ook spierschade krijgen, als gevolg van choline tekorten. De choline-inname is voor veel mensen marginaal, ondanks dat deze voedingsstof in veel voedingsmiddelen voorkomt. Choline houdt de cholesterolvorming onder controle en het verhindert dat cholesterol zich tegen de vaatwand afzet. De aanmaak van choline staat o.a. onder invloed van oestrogeen.

Oestrogeen is in staat om in de lever een gen aan te schakelen dat verantwoordelijk is voor de cholineaanmaak. Bij premenopauzale vrouwen met een juiste hormoonbalans (voldoende oestrogeen) komt leververvetting daarom minder vaak voor.
Pienter door cholineDr. Steven Zeisel van de University of North Carolina doet al jaren onderzoek naar choline. Zeisel laat voor choline zien wat genetische en epigenetische (epigenetica: studie van omkeerbare erfelijke veranderingen in de genfunctie) variatie betekent voor de dagelijkse behoefte.

Choline speelt een belangrijke rol bij: de geheugenfunctie, de leercapaciteit, bij de aanmaak van de neurotransmitter acethylcholine, bij de methylering van DNA, de spierwerking, het voorkomt leververvetting en is cruciaal bij een gezonde hersenontwikkeling van de foetus (neurogenese). Daarnaast reguleert het de homocysteine (dit geeft minder risico op o.a. hart en vaatziekten en beroerte).

Mede door de onderzoeken van Zeise, wordt choline erkend als essentiële voedingsstof en moet ondanks het feit dat het lichaam het zelf aanmaakt in de gaten worden gehouden. Bepaalde risicogroepen moeten letten op een adequate choline inname via de voeding en desnoods bij aangetoonde tekorten onder deskundige leiding van o.a. natuurdiëtisten aangevuld worden.

De Food and Nutrition Board heeft als standpunt dat voor de ontwikkeling van de foetus en de periode van de vroegste jeugd een verhoogde choline behoefte bestaat. De dagelijks aanbevolen hoeveelheid choline voor vrouwen, zwangere en zogende moeders is respectievelijk vastgesteld op 425, 450 en 550 milligram per dag. Gezien de belangrijke functie die choline heeft wordt dit voedingsbestanddeel tegenwoordig zwaar onderschat en moet de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid ook bij postmenopauzale vrouwen omhoog.
Choline tijdens zwangerschapEen lage choline-inname aan het begin van de zwangerschap verdubbelt de kans op neurale buisdefecten. Uit onderzoek blijkt dat de choline inname tijdens de zwangerschap en de lactatie veelal niet optimaal is. Dieronderzoek geeft aan dat hogere choline-inname een betere ontwikkeling geeft van de hippocampusfunctie (centrum voor leren en geheugen). Daarnaast zijn er aanwijzingen dat (prenatale) choline-aanvulling de foetale hersenen beschermt tegen negatieve effecten van prenatale stress en prenatale blootstelling aan alcohol.

Naast choline zijn ook nog voldoende aanvulling van foliumzuur, B 12, vitamine D, jodium, ijzer en DHA belangrijk om daarmee de kans op ontwikkelingsstoornissen en (latere) psychische aandoeningen te voorkomen. Vrouwen geven hun kind de best mogelijke start door zelf gezonde, gevarieerde voeding en voedingssuppletie te gebruiken.
Commentaar NDNCholine is een methyldonor. Methylering is het proces waarbij een methylgroep (-CH3) wordt toegevoegd aan een molecuul. Methylering in het lichaam is afhankelijk van de aanwezigheid van zogenaamde methyldonoren, waaronder choline. Op epigenetisch niveau vinden er allerlei regulaties plaats, zoals het al of niet tot expressie komen van genen. Voeding is de aan of uitknop voor genen.

Sommige mensen hebben door een gebrekkige respons van een gen in de lever op oestrogeen als gevolg van genetische variatie een hogere choline voorziening via de voeding nodig. Ook bepaalde stoffen zoals koffie en alcohol, maar ook medicatie zoals methotrexaat vragen om een hogere choline inname. Vegetariërs die geen eieren en melk nemen kunnen eveneens een te laag choline gehalte hebben in hun bloed.

Het geven van het supplement choline beschermt tegen cognitieve achteruitgang bij het ouder worden, maar heeft geen zin bij de ziekte van Alzheimer en dementie. Belangrijke bronnen van choline zijn onder andere: melk, pindakaas, groenten, biologische runderlever, tarwekiemen, sojabonen, lecithinegranulaat ( afhankelijk van de kwaliteit maar soms 13% choline) en eieren.
Ei boordevol cholineWie nog twijfelt, of een eitje bij het ontbijt of de lunch wel ‘mag', hoeft zich geen zorgen te maken. De stelling dat eieren ongezond zijn, is achterhaald. Onderzoekers van de Manchester Metropolitan University rekenen definitief af met de ‘angst voor eieren’.

Voor de studie doken de onderzoekers in de literatuur die voorhanden is over eieren. Hierbij maakten ze gebruik van de medische databank Medline. Daarnaast werd een analyse uitgevoerd van de gegevens die verkregen zijn met de UK National Diet and Nutrition Survey (NDNS). In de analyse werd een vergelijking gemaakt tussen personen die wel en geen eieren aten en de gevolgen hiervan voor de voedingsstatus en gezondheid.

Uit de onderzoeken blijkt dat eieren een rijke bron zijn van eiwitten en diverse andere belangrijk nutriënten zoals choline, vitamine D, vitamine B12 en selenium. Het eten van een ei met een calorische waarde van 80 kcal blijkt snel een verzadigd gevoel te geven en kan zodoende ook een positieve bijdrage leveren aan beheersing van het gewicht. Antioxidanten in de eidooier gaan bovendien ook nog het ontstaan van maculadegeneratie tegen, een veelvoorkomende ouderdomskwaal van de ogen. Kortom met een ‘ pientere kijk’ op gezondheid, wordt het weer genieten van een heerlijk eitje. Marijke de Waal Malefijt