> Naar alle nieuwsberichten

Deel 2: Belangrijke voedingsstoffen bij diabetes

09 november 2012 | ndn | In dit artikel (deel 2) komen drie stoffen aan bod, die Patrick Holford in zijn boek say no to diabetes aanbeveelt bij de behandeling van diabetes namelijk; Co-enzym Q 10, Alfaliponzuur en vitamine D.

Diabetes is een groeiend gezondheidsprobleem. Geschat wordt dat 8 tot 49% van de patiënten met diabetes voedingssupplementen gebruikt. Het blijkt dat diverse supplementen effectief zijn bij de preventie en behandeling van diabetes. Patrick Holford geeft in zijn nieuwe boek ‘Say no to diabetes’ aan dat een dieet met lage glycemische loading gecombineerd met een uitgekiend suppletiepakket, n.a.v. nutriënten onderzoek goede resultaten geeft. In deel 1 zijn vijf mineralen besproken. In dit artikel (deel 2) komen drie stoffen aan bod, die Holford in zijn boek eveneens aanbeveelt bij de behandeling van diabetes namelijk; Co-enzym Q 10, Alfaliponzuur en vitamine D.
Review laat effectiviteit zien van bepaalde suppletieIn een recente review werd de effectiviteit van supplementen bij de preventie en behandeling van diabetes onderzocht. Er werd hiertoe gezocht in 12 databases naar studies die in de afgelopen 3 jaar werden gepubliceerd. Supplementen als vitamine C en E, alfaliponzuur, melatonine, rode gist, emodine uit Aloë Vera en rabarber, Astragalus en kaneel, worden gezien als effectief bij de preventie en behandeling van diabetes. Bètacaroteen bleek niet effectief. De onderzoekers waarschuwen voor mogelijke interacties tussen supplementen en medicijnen.
Co-enzym Q10Co-enzym Q10 wordt in iedere lichaamscel aangetroffen. De vet oplosbare stof wordt ook wel ubichinon genoemd, wat vrij vertaald zoiets betekent als ‘overal aanwezig’. Zonder co-enzym Q10 is energievorming in de cel niet mogelijk en sterft de cel. Primair fungeert co-enzym Q10 als co-factor in de oxidatieve fosforylering (celademhaling) in de mitochondriën (de cellulaire ‘energiecentrales’). Daarnaast is co-enzym Q10 een krachtige antioxidant en radicaalvanger, zorgt het mede voor het soepel houden van cellulaire membranen en voorkomt het lipidenperoxidatie in deze membranen. Co-enzym Q10 (2,3-dimethoxy-5-methyl- 6-decaprenyl-1,4-benzoquinon/C59H90O4) is van groot belang voor de vitaliteit van weefsels en organen. Co enzym 10 is een interessante stof om in te zetten bij insulineresistentie, metabool syndroom en diabetes, aldus Patrick Holford.
Metabool syndroom en diabetesSuppletie met co-enzym Q10 heeft een positief effect op diverse aspecten van het Metabool syndroom (insulineresistentie syndroom) en diabetes type 2. Het helpt bij het normaliseren van een verhoogde bloeddruk, verbetert de bloedsuikerregulatie, ondersteunt de insulinewerking, verbetert afwijkende spiegels van bloedvetten en vermindert oxidatieve stress. Vermoedelijk draagt degeneratie van mitochondriën in de insulineproducerende bètacellen bij aan het ontstaan van diabetes type 2. Co-enzym Q10 ondersteunt de bètacelfunctie en de insulineproductie door het verbeteren van de conditie van de mitochondriën. Daarnaast helpt co-enzym Q10 bij de preventie van diabetescomplicaties.
AlfaliponzuurDe afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de effecten van liponzuur op diabetes mellitus en de complicaties daarvan, zowel in vitro als in vivo. De perifere zenuwfunctie bij diabetische neuropathieën, veroorzaakt door ischemie en hypoxie, kan door toediening van liponzuur verbeteren. Ook oxidatieve stress, die bij diabetespatiënten vaak verhoogd is, kan door alfaliponzuur verlaagd worden; volgens sommige onderzoekers kan alfaliponzuur een significante bescherming bieden tegen beschadiging van de bloedvaten en de ooglens (diabetisch cataract).

Hyperglycemie (verhoogde bloedsuiker) kan bij diabetes de oxidatieve stress en de vorming van zogenaamde advanced glycosylation end products (AGE’s) stimuleren. Alfaliponzuur zou de vorming van AGE’s en de schadelijke effecten daarvan kunnen reduceren. De afgelopen jaren zijn vooral in Duitsland belangrijke klinische trials met alfaliponzuur uitgevoerd bij patiënten met diabetisch polyneuropathie. Uit deze studies kon geconcludeerd worden, dat alfaliponzuur een gunstig effect heeft op deze aandoening. Alfaliponzuur heeft een hoog veiligheidsprofiel (600-1800 mg per dag). Zeer recente studies tonen aan dat de r+ vorm mogelijk een hoger biologisch rendement heeft en waarschijnlijk lager gedoseerd kan worden.
Glucose-transportersUit studies blijkt dat alfaliponzuur de translocatie van onder meer de glucose-transporters (GLUT) 1 en 4 van interne celmembranen naar het plasmamembraan stimuleert en de tyrosine-fosforylering van delen van de insulinereceptor verhoogt. Tevens activeert alfaliponzuur de phosphatidylinositol (PI) 3-kinase en de serine/threonine kinase. Door deze mechanismen kan alfaliponzuur een gunstige invloed hebben op insulineresistentie. Alfaliponzuur is eveneens een interessante stof om in te zetten bij insulineresistentie, metabool syndroom en diabetes, aldus Patrick Holford.

Alfaliponzuur beschermt bloedlipiden tegen oxidatie en remt de productie van het pro-inflammatoire C-reactive protein (CRP), dat o.a. bij aderverkalking en diabetes een direct schadelijke rol speelt. Alfaliponzuur is een krachtige antioxidant, die zowel vet- als wateroplosbaar is en overal in het lichaam werkzaam is, ook in de hersenen. Het lichaam maakt zelf kleine hoeveelheden alfaliponzuur, maar de productie ervan neemt af bij het ouder worden.
Alfaliponzuur en acetyl-L-carnitine samen sterkerMitochondriale disfunctie speelt een grote rol bij insulineresistentie en type-2-diabetes. In een studie werd onderzoek gedaan naar de mitochondriale disfunctie. Gekeken is of deze kon worden verbeterd door inname van losse suppletie alfaliponzuur of acetyl-L-carnitine ten opzichte van een gecombineerde suppletie. Behandeling met alfaliponzuur samen met acetyl-L-carnitine liet een duidelijke toename zien in mitochondriale massa, mitochondriale complexiteit, expressie van mitochondriaal DNA, zuurstof-consumptie en vetzuuroxidatie.

Een niet gecombineerde behandeling van deze stoffen gaf geen duidelijke verbetering. Deze combinatie kan hiermee interessant zijn bij de behandeling van mensen met aandoeningen waarbij mitochondriale disfunctie een rol speelt. Volgens de onderzoekers kunnen alfaliponzuur en acetyl-L-carnitine samen de mitochondriale synthese en het metabolisme van adipocyten verbeteren.
Diabetische neuropathie en alfaliponzuur Bij diabetische neuropathie kan suppletie met alfaliponzuur gunstig werken. Dat blijkt uit een multicenter studie. Het onderzoek betrof in totaal 100 suikerziektepatiënten (diabetes type-1 en -2) met symptomen van polyneuropathie. Deze symptomen duurden variërend van 1 tot 14 jaar, met een gemiddelde van 3 jaar.

Aan alle deelnemers werd gedurende 3 weken dagelijks 600 mg R,S-alfaliponzuur intraveneus toegediend. Dit werd 3 maanden lang vervolgd met een dagelijkse orale suppletie van 300 tot 600 mg R,S-alfaliponzuur. Aan het einde van de suppletieperiode bleken de symptomen van polyneuropathie bij op één na alle deelnemers significant te zijn verminderd. De bevindingen ondersteunen de resultaten van eerder onderzoek waarbij alfaliponzuur in de behandeling van diabetische neuropathie eveneens effectief bleek.
Vitamine D-statusEen lage vitamine D-status staat in relatie met hogere nuchtere bloedspiegels voor glucose en insuline en een hogere insulineresistentie. Dat blijkt uit studie aan de Tufts University in Boston in 2009. De onderzoekers bepaalden bij 808 personen zonder suikerziekte de bloedwaarden voor 25-hydroxyvitamine D [25(OH)D], als marker voor de vitamine D-status. Daarnaast werden, zowel nuchter als 2 uur na een orale glucose tolerantietest, de glucose- en insulinespiegels gemeten.

Aan de hand hiervan werd de HOMA-index voor insulineresistentie berekend. Het bleek dat naarmate de bloedwaarde voor 25(OH)D lager was, de nuchtere glucose- en insulinespiegels en de HOMA-index voor insulineresistentie hoger waren. Dit was na aanpassing van de gegevens voor leeftijd, geslacht, BMI, buikomtrek en rookgedrag. De 30% deelnemers met de laagste vitamine D-status hadden, vergeleken met de 30% met de hoogste vitamine D-bloedwaarden, een 1,6% hogere nuchtere glucosespiegel, een 9,8% hogere nuchtere insulinespiegel en een 12,7% verhoogde HOMA-index voor insulineresistentie. Conclusie van de onderzoekers; een lage vitamine D-status is mogelijk een bepalende factor voor de ontwikkeling van suikerziekte.
Vitamine D speelt een rol bij het ontstaan van diabetes type-2 Uit een recente review werden voor de analyse de gegevens van 8 cohortstudies en 11 gerandomiseerde klinische studies gebruikt. Uit een meta-analyse van de cohort studies bleek dat mensen met een vitamine D inname groter dan 500 IE per dag, 13% minder kans hadden op diabetes type-2 dan mensen met een dagelijkse inname lager dan 200 IE vitamine D.

Mensen met de hoogste vitamine D-concentratie (>62,5 nmol/l) hadden 43% minder kans op diabetes in vergelijking met een minimale vitamine D-status (<35 nmol/l). Uit een subanalyse van 8 klinische studies bij mensen met een normale glucosetolerantie werd geen effect van vitamine D gezien. Ook bij 3 studies met een gering aantal personen met de aandoening bleek vitamine D niet van invloed op het risico van diabetes. Uit een analyse van 2 studies waarbij de proefpersonen al een glucose-intolerantie hadden, leidde toediening van vitamine D tot een vermindering van de insulineresistentie. Ook Patrick Holford bespreekt in zijn boek ‘say no to diabetes’ de positieve effecten van vitamine D suppletie bij diabetes. Marijke de Waal Malefijt
NDN commentaarDe NDN redactie ontving van de stichting IOCOB, het volgende interessante laatste nieuws over pijnbestrijding bij o.a. diabetes. Wij citeren hun nieuwsbericht hierover.

Tijdens een internationaal medisch congres op 28 oktober 2011 werd door een aantal hoogleraren een doorbraak gepresenteerd in de behandeling van chronische pijn. Met de tot voor kort beschikbare pijnstillers zijn slechts weinig patiënten echt goed te helpen. Nu is daar verandering in gekomen met de introductie van de lichaamseigen pijnstillende en ontstekingsremmende stof palmitoylethanolamide.

Deze bijzondere stof heeft een totaal nieuw werkingsmechanisme, dat aansluit bij een lichaamseigen biologisch mechanisme. Dat mechanisme is verwant aan de werking van opiaten, maar kent niet de problemen daarvan. Opvallend is dat deze stof, in tegenstelling tot alle andere bekende pijnstillers, doordringt tot de kern van de cel, en daar een zogenaamde kernreceptor beïnvloedt. Terwijl de tot nu toe bekende pijnstillers altijd een lichaamsfunctie blokkeren, bevordert palmitoylethanolamide daarentegen het eigen natuurlijke herstelvermogen van het lichaam.

In een grote placebo gecontroleerde klinische studie met meer dan 600 patiënten met ernstige herniapijn, bleek deze stof beter te werken dan de beste pijnstillers op dat gebied. Niet alleen dat de pijn duidelijk verminderde, ook het functioneren en de kwaliteit van leven namen meetbaar toe. Ook verdroegen alle patiënten het middel goed, zonder problematische bijwerkingen.

Op dit congres werd bovendien duidelijk dat palmitoylethanolamide ook pijnstillend kan werken bij een groot aantal andere chronische pijnklachten, zoals bijvoorbeeld bij ernstige pijnen bij diabetes en MS, bij chronische bekkenpijn en bij het carpale tunnelsyndroom. Sinds kort is deze stof ook in Nederland beschikbaar, als tablet. Palmitoylethanolamide is tevens beschikbaar als gel voor chronische vaginale pijnen.

Voor het eerst een hoopvol alternatief antwoord tegen pijn. De NDN redactie vindt het bericht zo belangrijk dat we besloten hebben het in dit diabetes artikel te plaatsen, mede omdat we van verschillende patiënten enthousiaste berichten terug horen.