Vitaliserende voedingsadviezen

De Uitputting VoorbijLees meer over het krijgen en behouden van immuniteit in ons boek "De Uitputting Voorbij".

Bestaat er een weerstandverhogend dieet?

Nee, niet in algemene zin van: drie uitgeperste sinaasappels, een pond spinazie, een kop kippensoep en een vitamine C pil per dag. Wel in de vorm van uitgebalanceerde voedingsadviezen. Uitgebalanceerde voedingsadviezen die rekening houdende met uw constitutie, zoals met uw aanleg, verteringskracht, opnamecapaciteit en inbouwmogelijkheid van voedingsstoffen, uw lever- en nierontgifting, etc. Daarnaast aangevuld met specifieke voedingsmaatregelen en voedingssuppletie voor de darmflora,lever of nieren, afhankelijk welk systeem niet optimaal functioneert.
Mits goed en langdurig uitgevoerd kan zo’n advies-op-maat een uitstekende bijdrage leveren voor het verhogen en/of op peil houden van uw immuniteit.

Wat komt er kijken bij het opstellen van zo’n immuniteitsverhogend voedingsadvies op maat?

  1. Constitutie: aanleg voor vatbaarheid?
  2. Gewicht: maak u niet dik om calorieën
  3. Wat heeft u op uw lever?
  4. Milieuproblemen in uw darmen; een composthoop of niet?
  5. Ieder zijn eigen voedingspalet
  6. Opeten is niet hetzelfde als opnemen
  7. Niet zo maar suppleren
  8. Angst voor infecties
1. Constitutie: aanleg voor vatbaarheid? Er wordt o.a. gekeken naar uw verteringskracht, uw gevoeligheid voor overgewicht door suikerspiegelverstoringen, uw mogelijkheid tot het wel of niet snel verwijderen van gifstoffen door de lever en nieren en uw vermogen om de juiste voedingsstoffen goed op te kunnen nemen. Wat zijn verteringsproblemen? Uw vertering is niet goed als u bijvoorbeeld de volgende klachten heeft: opboeren, maagpijn,‘steen op de maag gevoel’, gasvorming, buikkrampen na de maaltijd, onverteerde resten in de ontlasting, verstopping of diarree.

Met een bepaalde ontlastingstest kan bekeken worden of er veel spiervezels, zetmeel en vetzepen in de ontlasting terug te vinden zijn. Dat geeft informatie over resp. uw eiwitvertering, koolhydraatvertering en vetvertering.
  • Teveel zetmeel in de ontlasting geeft gisting door de niet omgezette koolhydraten. Dit leidt tot verlies van o.a. vitamine B.
  • Teveel vetzepen geeft plakkerige ontlasting met kans op verlies van de goede vetten (deze zijn nodig voor de membranen en hormoonhuishouding) en op verlies van de vetoplosbare vitamine A,D,E,K.
  • Teveel spiervezels geeft rotting (u herkent dit aan een rotte eierenlucht) met kans op verlies van de juiste aminozuren die nodig zijn voor bijvoorbeeld wondgenezing, een goede leverontgifting, de opbouw van hormonen en van neurotransmitters.
Mensen met een Vata constitutie zoals dit binnen de Ayurveda bekend is hebben sneller last van verteringsstoornissen dan mensen met een Pitta constitutie.(zie onderaan voor informatie hierover elders op onze site). 2. Gewicht: maak u niet dik om calorieën De neiging om sneller aan te komen is bij mensen met een Kapha constitutie meer aanwezig dan mensen met een Vata constitutie. (Zie onderaan voor meer informatie over deze ayurvedische constitutietypen.) Deze laatste groep kan juist stoeien met een ondergewicht. Afhankelijk van uw stofwisselingskenmerken kunt u daardoor van bepaalde voedingsmiddelen meer aankomen of afvallen.

Bij vakkundige gewichtsregulatie wordt niet alléén gekeken naar calorie-inname. Er wordt gekeken of de juiste voedingsmiddelen worden genomen die uw stofwisseling goed onderhouden. Met name de lever en de hormoonhuishouding spelen hierin een grote rol. Door middel van specifieke vragenlijsten (o.a. voor de lever en bloedglucosehuishouding) en bloedonderzoeken ontstaat een individueler beeld. 3. Wat heeft u op uw lever? Een niet optimaal werkende lever (een zogenaamde dysfunctionele lever) geeft diverse klachten variërend van vage tot ernstige klachten. Enkele klachten zijn: krampen, hoofdpijn, hooikoorts, chronische voorhoofdsholteontstekingen, menstruatieklachten, buikklachten, verstopping, diarree, opgezette lymfklieren, acné, etc.

De lever verdient bij elke constitutie  een eigen aanpak

De lever speelt een grote rol in het behoud van uw immuniteit door de honderden functies die hij dagelijks uitvoert. Hoe beter de lever gevoed wordt des te beter wordt uw weerstand.
Voedselintolerantie voor bijvoorbeeld melk, kaas, ei, nachtschade producten zoals: tomaat, komkommer, maar ook paprika, sinaasappel, zuurkool, vis, garnalen, noten kunnen kenmerken zijn van een lekkende darm syndroom en/of een onder-functionerende lever. 

Mensen met een Vata constitutie hebben sneller last van een dysfunctionele lever, netzo als mensen die ooit belast zijn geweest met een virus infectie zoals Pfeiffer, CMV of een bacteriële infectie zoals Borrelia (Lyme) en/of Bartonelle (gaat vaak samen met Borrelia).

Uit de voedingsanamnese wordt vaak duidelijk hoe belast de lever is geweest met een overmaat aan belastende stoffen zoals: koffie, alcohol, chocola, gebakken vetten (frituur, transvetzuren), azijn, medicijnen, zware metalen.
Bij te weinig groenten, fruit, volle granen, vis kan de lever niet herstellen en gaat dan steeds slechter functioneren. Een speciale leverklachtenregistratielijst geeft meer inzicht in de werking van uw lever.

Per constitutie wordt de lever anders aangepakt. Afvalstoffen worden namelijk door ieders lever op een andere manier weggewerkt. Ook hier komt weer het woordje ‘uniek’ om de hoek kijken. 4. Milieuproblemen in uw darmen; een composthoop of niet? Iedereen heeft een unieke darmflora (net zo uniek als een vingerafdruk) die bestaat uit speciale bacteriestammen die aan de darmwand ‘kleven’ en helpen bij de immuniteit door het produceren van o.a. vitamine B, vitamine K en andere weerstandversterkende stoffen. Het is dus zaak deze flora in leven te houden door ze een goede verzorging te geven. Dit lukt gemakkelijk zodra u die flora de juiste voedselbronnen aanbiedt.

Een goede vertering is daarbij onontbeerlijk. Een darmfloratest (via ontlastingonderzoek) geeft inzicht of uw flora voldoende aanwezig is en of zij goed aangehecht zijn. Bij een slechte darmflora is de kans groter dat de darmwand er onbeschermd bij ligt. Het gevolg hiervan kan zijn een ‘lekkend darmsyndroom’. Grote eiwitmoleculen vanuit de voeding ‘lekken’ door de darmwand heen. Het lichaam herkent ze niet meer en gaat ontstekingen geven (door middel van cytokines) als een soort ‘verdediging-reactie’.Dit geeft zogenaamd IGG (1,2,3,4 soorten) voedingsintoleranties. Ook dit is weer te controleren door middel van speciale ontlastingtesten (Calprotectine). 5. Ieder zijn eigen voedingspalet Bij veel mensen is inmiddels wel bekend dat 3 stuks fruit en minimaal 400 gram groenten bijdraagt tot een goede gezondheid. Maar welke fruit- en groentensoorten? En hoeveel van ieder moet u gebruiken zodat ze voldoende nutriënten (vitaminen, mineralen, aminozuren en vetzuren) leveren voor het herstel of behoud van uw optimale weerstand?

Nutrigenetica, een jonge wetenschap in opkomst

Nutritionele genomics is een jong vakgebied dat nog geen vijf jaar bestaat. Het wordt helaas nog door weinig diëtisten in Nederland uitgevoerd. Nutritionele genomics houdt zich bezig met de manier waarop het samenspel van nutriënten en genen de gezondheid beïnvloedt.
De oude gedachtegang is dat slechte voedingsmiddelen aanleiding kunnen zijn voor het ontstaan van bijvoorbeeld kanker-, hart- of vaatziekten. Deze jonge wetenschap wijst echter uit dat bepaalde voedingsstoffen een beschermend effect hebben op het lichaam terwijl andere voedingsstoffen dat beschermende effect juist onderdrukken.

Elk mens is uniek en reageert anders op verschillende stoffen. De Auyrveda en de Chinese geneeskunde hebben al 5000 jaar waarneming en ervaring (empirische wetenschap) hiermee opgedaan. Het is dan ook verheugend dat de Nutritionele genomics met het in kaart brengen van de genen en een daarbij passend voedingsadvies hier wetenschappelijk op voortborduurt. Kort samengevat: Nutrigenetica onderzoekt hoe genetische variaties effect hebben op de interactie tussen voedingscomponenten en de gezondheid van een individu. Waarom de ene persoon afvalt op Montignac dieet en de ander niet wordt nu dus niet meer als hype af gedaan, maar goed onderzocht. Wat veel mensen al uit ervaring ondervonden hebben wordt nu serieus in kaart gebracht. Natuurlijk wordt dit eerst met geneesmiddelen gedaan omdat daaraan meer te verdienen valt, maar ook op voedingsgebied worden de onderzoeken uitgebreid.
Ik kan u helpen met het in kaart brengen van de juiste voedingskeuzes. Onderzoek is mogelijk en helaas nu nog duur, maar door kennis hierover aan u door te geven en u te leren ‘voelen’ wat goed voor u is komt u al een heel eind. 6. Opeten is niet hetzelfde als opnemen Wat u op éét is geen garantie voor wat u opnéémt. Met andere woorden: neemt u voedingsstoffen goed op? Om dit te weten te komen kunnen bloedonderzoeken uitkomst bieden. Uw huisarts kan al bij een simpel testje een indruk krijgen. Vit B 12, vit B 6, foliumzuur, vit D, vit A, magnesium kan via het huisartsenlaboratorium bepaald worden. Handig is een kopie van de uitslag te vragen om een indruk te krijgen van uw uitslag in vergelijking met de referentiewaarden (de zogenaamde onder- en bovenwaarden). Onze ervaring is dat u beter iets aan de bovenste referentiewaarden kunt zitten dan aan de benedengrens.

Als controle kunt u dan ook nog het homocysteïne-gehalte laten bepalen. Deze is verhoogd bij een tekort aan o.a. vit B 12, vit B 6 en foliumzuur in de rode bloedcellen en in de weefsels. Een uitslag rond de 6 is een optimale uitslag. Hoe meer het gehalte aan homocysteïne stijgt (boven de 17) des te meer toont het een behoefte aan die vitaminen aan. Met name omdat een ‘fabriekje’ in de lever (o.a. de methylering) deze vitaminengroep extra verbruikt bij zijn immuniteitsklussen. Homocysteïne wordt geprikt bij hart -en vaatproblematiek, maar zou ook gebruikt kunnen worden bij andere klachten en ziekten.

Hoe beter de lever werkt des te meer kracht heeft u om tegen ziekte te vechten. In dit kader zijn nog meer preventieve bloedonderzoeken mogelijk om de voedingsstatus te onderzoeken. Daarnaast bestaan er zogenaamde volbloedanalyses van nutriënten. Dit is gespecialiseerd onderzoek (helaas door veel verzekeringen nog niet vergoed) in gespecialiseerde laboratoria naar vitaminen, mineralen, aminozuren, vetzuren en levercapaciteit. Op deze manier is gemakkelijker vast te leggen of iemand voedingstekorten heeft en voor welke. Het Voedingscentrum gaat er nog te vaak van uit dat nutriënten-tekorten nauwelijks voorkomen, behalve bij specifieke groepen zoals zwangere, bejaarden, topsporters. Tekorten komen steeds vaker voor. 7. Niet zomaar suppleren Tekorten vermoeden en dit zonder deskundige begeleiding aanvullen met voedingssupplementen raden we niet aan. Een teveel aan (onjuiste) voedingssupplementen kan de lever overvoeren en daarmee kan de lever vergiftigd raken. Ook hier kan een teveel aan goede bedoelingen -ook in de vorm van kwaliteits voedingssupplementen- negatief uitpakken.
Zowel ontkennen als overdrijven dat er een probleem is zijn beide schadelijk voor uw immuniteit. 8. Angst voor infecties? Suppletie van de juiste voedingsstoffen (indien aangetoond) én een juist en gezond voedingspatroon (op maat gemaakt) is wezenlijk voor herstel en behoud van uw immuniteit. Alleen dan kunt u dreigende infecties zoals vogelgriep, lyme, Ebola, HIV etc. te lijf gaan. Voor uw weerstand is dus meer nodig dan een sapje, een soepje en een voedingsstofje.