1e t/m 3e Psychische ziektestadia

Het gezonde psychische stadium Het stadium nul, kan gezien worden als het stadium waar gezondheid heerst. Het is een ziektevrij, symptoomvrij stadium. Ideaal gezien is er in dit stadium geen of zelden sprake van afweer. Als er wel afweer voorkomt dan zijn dit rijpe afweermechanismen en de handhaving van die afweer is relatief kort. Daarmee is de opmerkzaamheid van iemand tot het beschouwen van zijn gedrag, gedachten en gevoelens hoog. Hij is gewend aan introspectie op een diep niveau en tot het aanpassen van zijn gedrag, gedachten, gevoelens naar een afweervrije reactie. 1. Eerste psychische ziektestadium In het eerste stadium doen zich bij tijd en wijle gevoelens van ongemak voor. Wérkelijke onwetendheid van het eerste stadium hoort vnl. voor te komen bij baby's en peuters. Bij volwassenen hoort dit enkel tijdelijk voor te komen. In het stadium ‘werkelijke onwetendheid’ kunnen zaken als onbekendheid met een bepaalde situatie, gevoel, gedachte, ongecompliceerdheid, argeloosheid en dergelijke gerangschikt worden. Blijven deze ontwikkelingen in de schaduwzijde van de psyche dan hoeft het geen verwondering te wekken dat dit tot een minder gezonde psychische opstelling of ziekte kan voeren. 2. Tweede psychische ziektestadiumIn het tweede stadium waar onder andere quasi onwetenheid staat, komen de vele bekende gedragingen voor zoals uitstellen, anderen beschuldigen of verongelijkt voordoen, jezelf flinker voordoen, theoretiseren, er omheen draaien, generaliseren, omslachtig praten of ingewikkeld praten, forceren. Allemaal relatief gezonde voorbeelden hoe afweermechanismen zich kunnen uiten die als belangrijkste motor verdringing hebben. (Verdringing: het wel weten, maar relatief bewust naar de achtergrond dringen.) Je kunt zeggen dat in het tweede stadium iemand best wel weet heeft van ongezondere uitingsvormen. Hij probeert alleen nog te kijken tot hoe lang het mogelijk is zijn psychische ‘huiswerk’ uit te stellen.
Voor het behoud van geestelijke stabiliteit is het raadzaam niet verder dan dit stadium te belanden. Na het tweede stadium van verdringing neemt de innerlijke druk om ongewenste gedachten of belevingen uit het bewustzijn te dringen toe. Oftewel: richting ontkenning. De hoeveelheid psychische energie die dit vergt gaat uiteindelijk ten koste van zowel de fysieke als de geestelijke immuniteit. 3. Derde psychische ziektestadium In het derde stadium vervalt iemand meer tot een onrijpe vorm van afweer. Hierbij is ontkenning door splitsing het meest in het oog vallende kenmerk. (Ontkenning is denken dat iets niet bestaat en splitsing is de manier waarop je dit uit je beleving kunt houden. Door een gedachte of een gevoel figuurlijk gesproken uit de geest te ‘snijden’.)
Splitsing is bijvoorbeeld te herkennen doordat iemand situaties ongenuanceerd ervaart. Hij of zij is een zwart/wit-denker. De buurman is bijvoorbeeld óf goed óf slecht. De collega's alleen aardig of onaardig. Voor iemand met deze vorm van afweer is het moeilijk te leven met compromissen. Splitsing uit zich soms doordat iemand iets absoluut niet herkent wat echt voor zijn neus ligt.

De psychische structuur van iemand in het derde psychische ziektestadium schommelt gemakkelijk heen en weer tussen uitersten. Er zijn nog rijpe afweermechanismen te vinden, maar de onrijpe veroveren terrein. Het wordt moeilijker écht contact met diegene leggen. Het ware zelf trekt zich meer terug met als automatisch gevolg dat contacten oppervlakkiger, leger en moeizamer worden.