Lactobacillen en probiotica

Bij het onderdeel Inuline en prebiotica leest u over het belang van de bifidobacteriën. Naast deze bacteriën  zijn ook de lactobacillen van groot belang. Kort samengevat hebben ze de volgende eigenschappen:

  • Ze gaan de aanhechting of groei van ziekmakende (pathogene) bacteriën in de ingewanden tegen, wat hun vermogen om het maag-darmkanaal te koloniseren reduceert.
  • Ze produceren bacteriedodende metabolieten waaronder H2O2.
  • Ze belemmeren de verplaatsing van ziekmakende bacteriën langs de darmwanden. 
  • Ze bevorderen de afbraak van de door ziekmakende bacteriën geproduceerde giften (zoals carcinogene amines).
  • Ze zorgen voor de opname van nitriet, waardoor de vorming van schadelijke amines voorkomen wordt.
  • De schadelijke enzymactiviteit (zie boven) van de bacteriën neemt af.
  • Met name de bifido is in staat moeilijk verteerbare koolhydraten (oligosacharides) te fermenteren waardoor korte ketenvetzuren ontstaan die de darmperistaltiek bevorderen.
  • Lactobacillen hebben het vermogen om de inwerking van microbiele toxinen te verhinderen door de toxinereceptoren van de gastheer enzymatisch te veranderen. Competitie om plaatsen op het darmepitheel en beschikbare voedingsstoffen spelen hierbij een rol. 
  • Lactobacillen geven een verlaging aan Enterococcen overgroei en Clostridium overgroei.
  • Lactobacillen completeren de afbraak van voedselallergenen (bijvoorbeeld koemelk-caseïnen). Hierdoor worden immuunreacties tegen voedselallergenen onderdrukt en dat geeft ook een vermindering van ontstekingsreacties (down-regulatie van een immuunrespons).
  • Lactobacillen verlagen de urease-activiteit in de darmen (geeft verbeteringen bij artritis).
  • Lactobacillen hebben een hoge Beta-galactosidase-activiteit die de aanwezige lactose in de melk of yoghurt kunnen omzetten in glucose en galactose. (meting hoeveelheid geproduceerd waterstofgas geeft aan hoeveel lactose er omgezet kan worden. Hoge metingen geven lactose-intolerantie aan).
  • Ze geven een verhoogde IgA -immuunrespons, waardoor de immunologische barrière toeneemt.
  • Ze produceren antilichamen en verhogen ook de stimulatie van fagocyten die essentieel zijn voor het goed functioneren van het immuunsysteem.
  • Ze helpen bij de assimilatie van cholesterol.
  • Ze maken lactase vrij, het enzym dat voor de afbraak van melklactose zorgt.
  • Ze vertonen uitgesproken anti-microbische activiteiten tegen organismen zoals C. difficile, Candida albicans, E. colli, Pseudomonas aeruginosa, Salmonella typhimurium, Staphylococcus aureus, Heliobacter pylori.
  • De her-kolonisatie van de juiste microflora verloopt vlotter na het gebruik van een antibioticakuur waardoor het risico voor overgroei van de schadelijke wordt voorkomen.