> Naar alle nieuwsberichten

Darmepitheel is actief in het afbreken van gifstoffen

18 mei 2012 | ndn | Het darmepitheel is actief in het afbreken van gifstoffen en dient als beschermingsmechanisme tegen toxische belasting. Darmepitheelcellen bevatten dezelfde gifstoffen-afbrekende enzymen als de lever. Welke voeding werkt beschermend op het darmepitheel en welke voeding geeft laag gradige ontstekingen?

Ook lichaamseigen stoffen en bacteriŽle producten (inwendige toxische belasting) worden door darmepitheel afgebroken. Wanneer de darm en leverenzymen niet goed functioneren en de belasting van toxische stoffen te groot is, raakt het lichaam de afbraakproducten niet voldoende kwijt.

Verschillende weefsels raken dan geÔrriteerd (laag gradige ontstekingen), waardoor chronische ziekten, vermoeidheid en uiteindelijk kanker kan ontstaan. Ontgiften door middel van voeding en voedingssupplementen zorgt ervoor dat de verschillende enzymen in darm en lever goed en op elkaar afgestemd kunnen gaan functioneren.

Wat begint als een klein bosbrandje, wordt dan al snel aangewakkerd tot een vlammenzee. Belangrijk is dus om controle te krijgen over bosbrandjes. Bosbrandjes, die zich overigens regelmatig voordoen, maar bij een goed werkend afweersysteem direct geblust worden. Wie of wat steekt ze aan?
Toxische stoffen en de lever als afvalverwerkingsfabriekToxische stoffen en hun tussenproducten worden in het bloed opgenomen en via de poortader naar de lever (de grote afvalverwerkingsfabriek) gebracht om daar verder ontgift te worden. Uiteindelijk komen de toxische stoffen via de gal weer in de darm terecht of worden uitgescheiden door de nieren.

Veel geneesmiddelen en toxische stoffen zijn vet oplosbaar. Zij kunnen daardoor niet via de nier uitgescheiden worden. Nieren kunnen alleen water oplosbare verbindingen aan (aanvoer via bloedplasma). Deze stoffen kunnen door enzymatische reacties water oplosbaar worden gemaakt in de darmen en de lever.

Via de voeding komen chemische stoffen naar binnen, zoals pesticiden, kleurstoffen, schimmelremmers, chemische afvalproducten via drinkwater etc. Ook stoffen die ingeademd worden (parfums, verfluchten , sigaretten rook, etc.) komen in de circulatie.
Interleukine-1Interleukinen zijn een groep cytokinen (signaalstoffen), die gemaakt worden door geactiveerde macrofagen en lymfocyten gedurende een immuunrespons. Beide zijn leukocyten vandaar de naam ‘leukine’. Interleukine-1 (afgekort IL-1) speelt als signaalstof een belangrijke rol bij de communicatie tussen cellen en het in gang zetten van een afweerreactie. Interleukine-1 geproduceerd door macrofagen, activeert lymfocyten tot productie van allerlei andere cytokines, bijvoorbeeld TNF-α. Deze cytokines activeren, op hun beurt als een cascade, weer andere onderdelen van het afweersysteem.

Zo zorgt IL-1 indirect bijvoorbeeld voor koorts, wat nuttig is omdat het de groei van bacteriŽn en virussen remt en tegelijkertijd de activiteit van het afweersysteem laat stijgen. Een teveel aan IL-1 heeft echter weer een negatief effect. De witte bloedcellen blijven voortdurend actief en beschadigen weefsels. Belangrijk is dus om controle te krijgen over deze bosbrandjes.
Voeding en cytokinevormingCytokines komen ook vrij bij de afbraak van IgG voedselallergieŽn, aanhoudende belastende stress en laaggradige (mini bosbrandje) ontstekingen. Naast de bekende vorm van ontsteking met zwelling, roodheid, warmte en pijn, die bij een inflammatie (in de brand staan) vrijkomt, wordt er nu ook de zogenaamde laaggradige ontsteking erkend. Er is dan sprake van verhoogde niveaus van proinflammatoire (ontsteking bevorderende) stoffen.

Dit zijn stoffen als: interleukine 6 (IL-6), tumornecrosefactor alfa (TNF-α), fibrinogeen en C-reactieve proteÔne (CRP). Laaggradig, betekent een ontsteking van een lagere intensiteit, waardoor de klassieke symptomen ontbreken. Het heeft geen functie, maar is wel schadelijk. Er treedt een ontsteking op, terwijl hiertoe geen reden is. De ontstekingsmediatoren, die eerst nuttig waren, worden nu schadelijk en leiden tot destructie. Ze richten zich op het eigen lichaamsweefsel.

Laaggradige ontstekingen spelen een rol bij ME/CVS, diabetes type II, artritis, de ziekte van Crohn, Parkinson, MS, reuma, fibromyalgie, de ziekte van Alzheimer, maar ook bij bijvoorbeeld slaapstoornissen. Het immuunsysteem kan heftig reageren op biogene aminen (zoals histamine) in de voeding. De ‘gewone’ immuunreactie is herkenbaar aan de vorming van IgE (immuun globuline E) antistoffen. Het immuunsysteem kan ook op een andere, langzamere manier reageren, namelijk met de vorming van IgG antilichamen. Deze worden normaliter gevormd als beschermingsmechanisme bij bacteriŽle infecties.

Bij een IgG voedselallergie ontstaan IgG antilichamen tegen diverse voedingsstoffen. Deze antigeen-antilichaam-complexen worden vervolgens door het lichaam afgebroken. Bij deze afbraak ontstaan inflammatoire stoffen zoals prostaglandinen, leukotriŽnen en cytokinen (TNF-α). Dit proces is als zodanig vergelijkbaar met een ontstekingsproces. Bepaalde voedingsmiddelen kunnen zich dus als een pyromaan gedragen en diverse soorten bosbrandjes geven.
Stress en cytokinesCytokines komen niet alleen vrij bij ontstekingsreacties en bij IgG voedselallergieŽn. Aanhoudende chronische stress, psychologische trauma's, angststoornissen, vaccinaties, medicatie die de darmflora vernielt met kans op een ‘lekkende darm syndroom’ (LDS), verhogen ook de afgifte van cytokines. Cytokines zijn stoffen, die een rol spelen in de communicatie tussen cellen. Het zijn boodschappers tussen cellen, die een centrale rol spelen onder andere bij ontsteking.

Ze zijn belangrijk in het regelen van celfunctie en celgroei. In het lichaam zijn er zogenaamde ontstekingsbevorderende cytokines en cytokines, die ontstekingen tegengaan. Normaal moeten deze met elkaar in balans zijn. Deze balans wordt verstoord bij aanhoudende lichamelijke- en psychologische stress, medicatie en een verkeerd voedingspatroon.
LichaamsbewegingGebrek aan lichaamsbeweging speelt een belangrijke rol bij het optreden van laaggradige† ontstekingsreacties. Spieren oefenen invloed uit op het immuunsysteem. Bij spieractiviteit geven zij ontsteking remmende stoffen af aan het bloed. Lichaamsbeweging geeft een daling van de hoeveelheid C-reactive protein (ontstekingseiwit) in het bloed.

Weinig lichaamsbeweging en een vezelarme, vet- en suikerrijke voeding lijken door het ontstaan van overgewicht en door een negatieve werking op de barriŤrefunctie van het darmslijmvlies steeds meer laaggradige ontstekingen te geven.
VoedselverwaarlozingVoedingsverwaarlozing (door iemand zelf of door een verzorger uit het verleden) kan ertoe leiden dat er te weinig noodzakelijke nutriŽnten gegeten worden. Het komt voor dat iemand niet geleerd heeft wat gezonde voeding is. Soms omdat zijn ouders een probleem met voeding hadden (eetstoornis, verslavingsprobleem, voeding als machtsmiddel of als straf gebruikten etc.). Soms ook omdat iemand ongemerkt nog een stille strijd tegen zijn ouders voert en van daaruit ongezonde keuzes maakt. Een strijd (bewust of onbewust) die ook energie vraagt aan de bijnieren (uiteindelijk loopt de accu leeg). Uitgeputte bijnieren geven meer kans op ontstekingen.

Voeding heeft op emotioneel niveau immers te maken met ‘ouderlijke zorg’. Het is heel lastig als men in de eigen beleving geen goede ouderlijke zorg heeft ontvangen om later deze ‘verzorgende taken’ aan zichzelf te geven. Als er nog een dilemma op dat terrein ligt, dan komt dit steevast tot uiting in de (vaak verkeerde) voedingskeuzes. Het kan dan extra tijd kosten voordat dit ‘verleden’ overwonnen is en iemand weer kennis maakt met het plezier van goede voeding en goed zorgen voor zichzelf.

Psychologische stress leidt tot vrijmaking van tal van hormonen en ontstekingsmediatoren in het lichaam, en kan op deze wijze een laaggradige ontstekingsreactie geven. Bijvoorbeeld; kindermishandeling geeft bij de slachtoffers op latere leeftijd vaak meer chronische ontstekingsreacties. Mentale en emotionele spanningen leiden vaak tot eetbuien en/of eetstoornissen. Geen grip op de voeding krijgen betekend vaak; minder grip op ontstekingen krijgen (en vaak ook meer correctie d.m.v. suppletie/medicatieroute).
Mindfulness eten en psychologische meditatiesChronische stress beÔnvloedt zowel de darmflora, als de aan deze flora gekoppelde immunologische processen. Ook de spijsverteringssappen van de maag, pancreas en gal worden door chronische stressprikkels nadelig beÔnvloed. Het maagdarmstelsel dat constant belaagd worden door stress, reageert vaak niet genoeg op therapeutische maatregelen. Mensen melden vaak weinig verbetering in de symptomen en vertonen een sterke neiging tot recidiverende (terugkerende) ontstekingen.

Bepaalde meditatietechnieken (zie o.a. de meditatie cd’s genoemd in onze webshop)en mindfulness eten (met aandachtig eten leren waarnemen welke voeding goed en niet goed voor iemand is) geven positieve effecten op de darmflora opbouw en het verlagen van laag gradige ontstekingen.
Omega 3 vetzuren en darmkankerVisolie is een belangrijke bron van omega-3-vetzuren. De meeste studies tonen aan, dat visolie een beschermende rol heeft bij het ontstaan van darmkanker. Bevolkingsstudies die de invloed van voedingsstoffen op kanker onderzoeken geven niet altijd dezelfde resultaten. Het eten van vis leidt volgens bepaalde studies tot minder darmkanker, volgens andere studies heeft het geen effect. Al die resultaten bij elkaar geeft echter toch een verminderd risico van 12% aan.
Suppletie van A, C en E verlaagt dikke darmkankerSuppletie met de vitaminen C en E verlaagt het risico van dikke darm kanker. Dit concluderen wetenschappers van de Harvard School of Public Health nadat zij de resultaten van dertien cohortstudies gezamenlijk hadden geanalyseerd. In totaal werden hiermee ruim 650.000 proefpersonen in het onderzoek betrokken. In de zeven tot twintig jaar dat de studies duurden, ontwikkelden per duizend deelnemers acht personen dikke darm kanker.

Inname van de vitaminen A, C en E uit voeding alleen, bleek geen effect te hebben op het risico van darmkanker. Voedingsstoffen uit voeding plus supplementen had wel een significant effect. Degenen die dagelijks meer dan 600 mg vitamine C binnenkregen, verlaagden het risico van darmkanker met 19% ten opzichte van een inname van dagelijks 100 mg of minder. Een dagelijkse inname van minimaal 200 mg vitamine E verkleinde de kans op darmkanker met 22% in vergelijking met een inname van maximaal 6 mg per dag.
Moleculaire nabootsing (molecular mimicry)De laatste tijd wordt er veel studie gedaan naar auto-immuunziekten. Het onvermogen om antigenen te herkennen als 'van je zelf', is enorm gestegen. Auto-immuunziekten zijn het gevolg van een verlies van immunologische tolerantie; de mogelijkheid om onderscheid te maken tussen ‘van je zelf en ‘niet van je zelf’. Recente gegevens tonen aan, dat auto-immuunziekten bij ongeveer 1 op de 31 mensen voorkomt.

Met meer geld voor onderzoek, is er een enorme groei in studies naar de verschillende manieren waarop auto-immuniteit kan optreden. Bijvoorbeeld een onderzoek naar de zogenaamde moleculaire mimicry (nabootsing) is in het kader van darmpermeabiliteit interessant. Het blijkt, dat sommige voedingsstoffen met hun moleculaire samenstelling het lichaam kunnen aanzetten tot agressieve acties, waaronder de toename van de darmdoorlaatbaarheid.
Laboratorium onderzoekenHet is mogelijk door laboratoriumonderzoek een indruk te krijgen van het ontgiftende vermogen van de darm en de lever. Natuurartsen en klinisch werkende natuurdiŽtisten kunnen u hierbij helpen. Deze testen worden door particuliere laboratoria uitgevoerd. U kunt daarbij denken aan:
Test: Gereduceerd glutathionHet gehalte van gereduceerd glutathion van vol bloed geeft informatie over het glutathiongehalte in de darm en de lever. Een hoog gehalte komt overeen met een goede gezondheid.
Test: De sulfaat / creatinine-verhoudingDeze verhouding van de urine geeft informatie over de zwavelhoudende enzymen. Laag sulfaat betekent een gebrek aan zogenaamde fase II-binding.
Test: Oxidatieve stressOxidatieve stress gaat gepaard met beschadiging van membranen. Dit veroorzaakt een verhoging van zuren en aldehydes, zoals malonaldehyde. De uitscheiding van malonaldehyde in de urine geeft informatie over oxidatieve stress. Wanneer men geen koffie verdraagt, geeft dit aan dat een bepaalde enzymfunctie (CYP1A2) gebrekkig is.
Marijke de Waal Malefijt & Tessa Gottschal

Doorsturen
Stuur deze informatie per email door