> Naar alle nieuwsberichten

Vitamine D voor een gezond gebit

24 januari 2018 | ndn | Wat is de link tussen vitamine D en de conditie van het gebit? Een aantal studies laat zien, dat een tekort aan vitamine D het risico op periodontitis verhoogt. Een tekort verhoogt de activiteit van RANK L, een stof die de activiteit van de osteoclasten stimuleert. Osteoclasten zijn botafbrekende cellen in gewrichtsbotten en kaak. Een vitamine D-tekort vermindert de botdichtheid van de kaak. Daarnaast vergroot een tekort de kans op uitval van tanden en infecties van bijvoorbeeld het mondslijmvlies, tandvlees en kaakbot.

Dat vitamine D belangrijk is voor de preventie van botontkalking is wel bekend. Minder bekend is de relatie tussen een tekort aan vitamine D en een verhoogd risico op kanker, diabetes type 1 en 2, infecties en vroeggeboorte, spierzwakte, depressie, schizofrenie, verergering van astma en gebitsproblemen (7-9, 11-17).

Vitamine D is één van de hoofdhormonen in de calcium-fosforhuishouding. Het reguleert de opname en inbouw van deze mineralen in de darmen, botten en spieren. Het is daarnaast een sleutelfactor in de afweer (6). Het stimuleert de afgifte van lichaamseigen antibiotische eiwitten, zoals defensine en cathelicidine. Deze eiwitten ondersteunen het lichaam bij het bestrijden van infecties met bacteriën, gisten, schimmels en virussen. Tenslotte is het betrokken bij de glucose(suiker)huishouding. Het optimaliseert de werking van insuline, waardoor glucose beter in de lichaamscellen wordt opgenomen en verbrand.
Vitamine D en het gebitMaar wat is nu de link tussen vitamine D en de conditie van het gebit? Een aantal studies laat zien, dat een tekort aan vitamine D het risico op periodontitis verhoogt (27). Een tekort verhoogt de activiteit van RANK L, een stof die de activiteit van de osteoclasten stimuleert (22,23). Osteoclasten zijn de botafbrekende cellen in gewrichtsbotten en kaak. Een vitamine D-tekort vermindert de botdichtheid van de kaak (en andere gewrichten) (24). Daarnaast vergroot een tekort de kans op uitval van tanden (30) en infecties van bijvoorbeeld het mondslijmvlies, tandvlees en kaakbot.
CariësVitamine D helpt bij het remineraliseren van het gebit met calcium en fosfor. Daarnaast versterkt het de weerstand tegen bacteriën, zoals de Streptococcus mutans, een bacterie die in verband wordt gebracht met het ontstaan van cariës. Een relatie tussen vitamine D en cariës lijkt daarom logisch. In sommige studies wordt er een verband gezien tussen cariës bij kinderen en een tekort aan vitamine D (31-33). Andere studies tonen geen verband aan (26-28).
KaaskiezenEen tekort aan vitamine D speelt in ieder geval een rol bij het ontstaan van MIH: Molar Incisor Hypomineralization (34). Dit is een aandoening waarbij er een defecten optreden in het glazuur van snijtanden en kiezen bij kinderen. Het glazuur wordt onvoldoende gemineraliseerd tijdens de ontwikkelingsfase van het gebit door een verstoorde functie van de ameloblasten, de glazuurproducerende cellen. Bij MIH zijn meestal de kiezen het meest aangedaan. Ze hebben geelbruine verkleuringen en worden daarom ook wel kaaskiezen genoemd. Kaaskiezen zijn gevoelig voor cariës en brokkelen sneller af door slijtage. Kou, warmte en zoetigheid geven vaak pijnklachten.
GebitsimplantatenVitamine D blijkt een sleutelfactor te zijn in het verbeteren van de osseo-integratie bij het plaatsen van een gebitsimplantaat (29, 35-37). Met osseo-integratie wordt het proces bedoeld waarbij het tandheelkundig implantaat ingroeit in het bot. Bij een goede osseo-integratie wordt het implantaat stevig verankerd in het kaakbot, zodat er zonder problemen grote (kauw)krachten op het implantaat kunnen worden uitgeoefend.

Vitamine D geeft daarnaast bescherming tegen het optreden van infecties bij kaakbottransplantaties, onderdeel van het plaatsen van een gebitsimplantaat. Een goede vitamine D-voorziening vergroot waarschijnlijk hierdoor de kans op een geslaagde implantatie van een gebitsimplantaat.
Kortom: Voldoende vitamine D verkleint het risico op cariës, MIH, infecties in de mond en kaakbotproblemen en vergroot de kans op het slagen van het plaatsen van een gebitsimplantaat.
RisicogroepenEen vitamine D-tekort komt in Nederland veelvuldig voor. De schattingen lopen uiteen van 12-60% van de Nederlandse bevolking afhankelijk van welke streefwaarde wordt gehanteerd, welke leeftijdsgroep wordt onderzocht en in welk seizoen wordt gemeten. Zo werd in een onderzoek in 2013 onder 2500 Nederlanders tussen de 2-100 jaar in Den Haag, Zeeland en West-Brabant in de zomer en winter het vitamine D-gehalte in het bloed bepaald.

Van de deelnemers had 59% in de winter een vitamine D-tekort wanneer als streefwaarde een gehalte van 50 nmol/l of hoger werd aangehouden. 30% Had zelfs een ernstig vitamine D-tekort met een bloedwaarde van minder dan 30 nmol/liter. In de zomer daalde het percentage personen met een tekort. Maar nog altijd had 35% een vitamine D-tekort met een bloedwaarde beneden de 50 nmol/l (en 12% een bloedwaarde lager dan 30 nmol/liter)(38).
De volgende groepen lopen extra risico: - kinderen tot 4 jaar
- mensen met een getinte huid
- vrouwen boven de 50 jaar
- zwangeren
- mensen die hun huid bedekken of weinig buiten komen
- mensen die veelvuldig zonnebrandmiddelen gebruiken
- mannen boven de 70 jaar
- mensen met overgewicht
- mensen met de volgende aandoeningen: allergie, kanker, botontkalking, chronische lever- en nierziekten, schildklieraandoeningen, auto-immuunaandoeningen, zoals MS, Parkinson, reuma, Crohn, colitis ulcerosa, gingivitis, paradontitis, cariës, depressie
- mensen die bepaalde medicijnen gebruiken, zoals statines, anti-hormonen (b.v. Tamoxifen), corticosteroïden, schildklierhormonen, anti-epileptica.
Optimale vitamine D-waardeEr is op dit moment veel discussie over wat een optimale vitamine D- waarde in het bloed zou moeten zijn. De Nederlandse Gezondheidsraad hanteert bij ouderen boven de 70 jaar ter voorkoming van botbreuken een streefwaarde van 50 nmol/liter of hoger. Voor andere groepen wordt een minimum van 30 nmol/l aangehouden. Dit terwijl in andere landen, zoals Amerika (50 nmol/l), België en Duitsland hogere waardes voor de hele bevolking worden aangehouden.

Veel Nederlandse laboratoria houden tegenwoordig een streefwaarde aan van 50-150 nmol/l met een optimum van 75-80 nmol/l. Vitamine D-experts pleiten zelfs bij risicogroepen, zoals mensen met (een verhoogd risico op) kanker, hart- en vaatziekten en auto-immuunziekten voor een optimale waarde tussen de 100-150 nmol/l.
Meten is wetenWilt u weten of u voldoende vitamine D binnenkrijgt, laat dan het vitamine D-gehalte in uw bloed controleren. Dit kan via uw natuurdiëtist, (tand)arts of via diverse thuistests verkrijgbaar via internet.

Vitamine D bloedtest

Vitamine D bloedtestVerkoopprijs (incl. BTW): € 31,95
Koop deze test op Yours-Healtcare.nl

De kosten liggen rond de 30 euro (bloedafname + bepaling) en worden soms vergoed door de zorgverzekeraar. Is uw waarde te laag, vraag dan advies aan uw natuurdiëtist of arts. Deze kan u adviseren over de juiste dosering en vorm van een vitamine D-supplement. In olie opgeloste vitamine D3 is de best opneembare en meest actieve vorm van vitamine D.
Het is aan te bevelen om na 3 maanden gebruik van een vitamine D-supplement uw vitamine D-gehalte opnieuw te laten controleren. Dit om te controleren of met deze dosering het vitamine D- gehalte op het juiste peil is gekomen.

Tanja Visser, natuurdiëtist gespecialiseerd in voeding en mondgezondheid
www.dieetcare.nl

Doorsturen
Stuur deze informatie per email door