Het darmmilieu testen

Maagdarm herstelplan: het boek "Ik heb er mijn buik van vol" Ik heb er mijn buik van vol

De darmen geven een weerspiegeling van de gezondheid (lees ook meer hierover in mijn boek uit 2011 'Ik heb er mijn buik van vol'). Voor een goed werkend immuunsysteem is een gezonde spijsvertering noodzakelijk . Verkeerde eetgewoonten, antibioticabehandelingen, infecties, erfelijke aanleg etc. kunnen de darmflora en hierdoor het immuunsysteem verstoren. In onze praktijk kunnen wij u verschillende mogelijkheden aanbieden.

Het begin van een stofwisselingsblokkade, een allergie, een gebrek aan vitamines, mineralen en sporenelementen is daarom vaak te vinden in de darmen. Goed inzicht krijgen in het ecologische systeem van de darmen kan door de hieronder genoemde testen (test A) gebeuren. Dit geeft o.a. informatie over:

  • de zuurtegraad van de darmen,
  • het aantal aërobe- en anaërobe darmflora,
  • het aantal soorten schimmels & bacteriën (te veel van de verkeerde darmkiemen) en
  • het verloop van de spijsvertering (verstoorde eiwit- of koolhydraat- of vetvertering).



Dankzij deze onderzoeken wordt het voorschrijven van de juiste voedingsadviezen makkelijker. Bijvoorbeeld door het geven van een eiwitbeperking bij een teveel aan proteolytische darmkiemen (bacteriën die leven van eiwitten). Of een vetbeperking bij een teveel aan lipolytische darmkiemen (bacteriën die leven van vetten) en een koolhydraatbeperking bij een teveel aan schimmels (deze leven van suikers). Lekkende darmsyndroom

De bevinding ‘lekkende darm’ is te ontdekken met de hieronder genoemde testen (test B,C,D). Deze ‘diagnose’ komt zowel voor binnen de reguliere als de complementaire geneeskunde. Beide bedoelen daar wat anders mee.

Reguliere artsen bedoelen ermee, dat de darmcellen, bijvoorbeeld eiwitten of lymfevocht, de verkeerde kant uit lekken, namelijk naar de darmholte. Daardoor verdwijnt meer eiwit via de ontlasting en kunnen tekorten ontstaan in de bloedeiwitten. In de complementaire zorg verstaat men onder een lekkende darm een darm die naar het bloed lekt. Hoe zit dat? De darm is opgebouwd uit darmcellen. Iedere cel heeft poriën, waardoor de noodzakelijke voedingsstoffen uit het eten in het bloed kunnen worden opgenomen. Alle darmcellen zijn tegen elkaar geplakt met een soort lijm, in vaktaal ‘tight junctions’. Door verkeerde voedingsgewoonten, onnatuurlijk voedsel en een verstoord evenwicht in de darmflora ontstaan er microscopisch kleine beschadigingen in die tight junctions en dat heet ‘lekkende darm’. Door die gaatjes kunnen allerlei ongewenste voedingsbestanddelen richting het bloed lekken. Daardoor komt het afweermechanisme in actie. Dit kan leiden tot migraine, reumatische gewrichtsklachten, fibromyalgie, eczeem, spijsverteringsproblemen, depressiviteit e.d.  Voor meer informatie zie de Literatuurvermelding onder.Stap 1 in de onderzoeksmogelijkhedenEen eerste mogelijkheid is om te zoeken naar de volgende probleemgebieden.

  • Zijn er verteringsproblemen?
  • Hoe is het met de darmflora aanhechting?
  • Hoe is het met de zuurtegraad gesteld?
  • Zijn er schimmels?
  • Zijn er schadelijke bacteriën?



A) Feces-programma Dit onderzoek geeft u een overzicht van de samenstelling en functie van de intestinale inhoud, het geeft een duidelijk beeld van de kwantitatieve samenstelling van de darmflora (aërobe en anaërobe flora *1) Dit screeningsprogramma wordt uitgevoerd aan de hand van een combinatie van bacteriologisch (*2) en mycologisch (*3) onderzoek, bepaling van de pH-waarde en microscopische testen. Aërobe en anaërobe flora. ( *1) Bij deze test wordt gekeken naar de aanwezigheid van de aërobe residente (E.coli, Enterococcus species) en transiënte flora, anaërobe residente en transiënte flora (Bifidusbacterium, Bacteroides species, Chlostridia species), micro-aërophile residente flora (Lactobacillus species), en ook van Salmonella/Shigella. Onderdeel van het in kaart brengen van de aërobe transiënte flora is de Enterobacteriën-diagnostiek waar het kwalitatief determineren van de diverse bacteriële species, waaruit de enterobacteriële subpopulatie van de darmflora bestaat, centraal staat. De ratio van dit onderzoek is gelegen in het feit dat zich onder de Enterobacteriaceae een aantal species bevinden die diverse pathogene eigenschappen hebben. Voorbeelden zijn obligaat pathogenen als: Salmonellae, Shigellae, en Yersiniae, maar ook urease-producenten als Proteus species die bij mensen met verminderde leverfunctie de ammoniumconcentratie in serum kan verhogen. Ook zijn diverse Enterobacteriaceae, waaronder Enterobacter en Klebsiella soorten, betrokken bij reumatoïde reacties. De pH-waarde van de feces wordt bepaald, waardoor een beoordeling van de stofwisselingsprocessen in het intestinum gemaakt kan worden. Verhoogde waarde van de fecale pH (> 6,8) is indicatief voor een overgroei van aërobe bacteriën, vooral Enterobacteriën en Enterococcen. Verlaagde waarde is indicatief voor een overproductie van vrije vetzuren, vooral van de anaërobe bacteriën (Bifidusbacterium, Bacteroides species). De microscopische inspectie op vetten, zetmeel en spiervezels is geïndiceerd bij verdenking van een verminderde verteringscapaciteit. Daarnaast is deze test bruikbaar als biomarker voor het bekijken van dieeteffect(en). Bacteriologie (*2) Als deze test wordt uitgevoerd op een fecesmonster dan kunnen alle aërobe en anaërobe pathogene kiemen gedetecteerd worden die met Enteritis (dunne darmontsteking) in verband staan. Mycologie (*3) Kwantitatieve detectie en differentiaties van gisten en schimmels. Deze test is geïndiceerd bij verdenking van diverse gastro-intestinale aandoeningen en daarvan afgeleide (immuunsysteem-gerelateerde) aandoeningen. Verhoogde hoeveelheden gisten en of schimmels in de darm zijn altijd een teken van intestinale disbiose. De test geeft echter geen uitsluitsel over het feit of de aanwezigheid van de gedetecteerde gisten en schimmels de oorzaak of het gevolg van de aandoening is. Hiervoor is aanvullende diagnostiek nodig. Hiervoor zijn de virulente factoren een geschikte aanvraag. Bij vrouwen is vooral onderzoek naar de vaginale flora van belang om besmetting van het ontlastingsmonster vanuit de vagina uit te sluiten. B) ParasitologieDit onderzoek kan voor het opsporen van veel onduidelijke klachten van belang zijn. Parasieten veroorzaken chronische ontstekingen en grijpen in het metabolisme van u in. Parasieten kunnen bij een verstoorde darmflora en verstoorde barrièreresistentie en sterk pathologisch potentiaal (kunnen u heel ziek maken) ontwikkelen. Bij deze test wordt gekeken naar de volgende parasieten: Entamoeba, Blastocystis hominis, Gardia lamblia, Cryptosporidien. C) Beta defensin in feces  Dit onderzoek geeft inzicht in de activiteit van de niet-specifieke slijmvliesafweer. Beta-defensin wordt endogeen aangemaakt en is een deel van het aangeboren immuunsysteem. Het zijn antimicrobiële peptiden met een breed werkend spectrum. De kleinste hoeveelheden zijn al voldoende om bacteriën, schimmels en gisten (bijv. Candida), virussen(bijv. Herpes) en protozoën (bijv. Giardia lamblia) effectief te doden. Beta defensin is belangrijk om de intestinale mucosa-barrière te kunnen ondersteunen. De expressie van beta-defensin wordt door pro-inflammatoire cytokine en micro-organismen geïnduceerd. Een verhoogde waarde aan beta-defensin wordt gezien bij: · Inflammatoire (ontstekingen) darmziektes · Leaky Gut syndroom (lekkende darm syndroom) D) α-1 Antitrypsine  Dit is een proteïne dat in de lever- en darmcellen geproduceerd wordt. Het is een acute-faseproteïne dat onder andere ontstekingsenzymen inhibeert en anti-proteolitisch werkt. α-1 Antitrypsine is verhoogd: · als er een verhoogde permeabiliteit van het darmepitheel is (leaky gut) · bij darmontstekingen · voedingsallergieën Deze test is uitermate geschikt om in een heel vroeg stadium een ontsteking te detecteren. Stap 2 van de onderzoeksmogelijkheden Afhankelijk wat er gevonden wordt kan er verder gezocht worden naar:
- E) Ernst van de ontsteking(en)?
- F) Problemen die al langer aanwezig zijn, met kans op tumoren?
- G) Bevestiging van glutenallergie ? E) Calprotectine Calprotectine is een calciumbindende proteïne en wordt geproduceerd door granulocyten en monocyten. Deze proteïne bindt zink en calcium en inactiveert de microbiële enzymen en dus de anti-bacteriële werking. Door de aanwezigheid van ontstekingen en/of tumoren in de darmen worden er granulocyten aangemaakt. Deze granulocyten zorgen voor een grotere aanmaak van de calprotectine, waardoor de waarde verhoogd zal zijn. Een verhoogde waarde van calprotectine kan wijzen op: · poliepen (bloedende en niet-bloedende) · carcinomen in de dikke darm · chronische darmontsteking Beïnvloeding van de Calprotectine test Calprotectine is een eiwitcomplex met antibacteriële eigenschappen. Calprotectine ontneemt de bacteriën de mogelijkheid om zich te ontwikkelen. Calprotectine wordt uitgescheiden bij ontstekingsreacties van neutrofiele granulocyten, macrofagen en keratinocyten. Het is een test die kan differentiëren tussen een chronische ontsteking, intenstinale ziekten en geïrriteerd colon syndroom(met risico op lekkende darm syndroom). Deze test heeft ook een hoge sensitiviteit in het detecteren van colon-rectale carcinomen en poliepen. Calprotectine en M2-PK kunnen beïnvloed worden door parasieten. Calprotectine is een ontstekingsmarker voor de darmen. Het is logisch dat deze parameter verhoogd wordt bij parasitaire infecties. De M2-PK kan ook verhoogd aanwezig zijn in het geval van een gluten-enteropathie. F) Tumor M2PK Met deze moderne vorm van tumordiagnostiek kunnen carcinomen in de dikke darm ontdekt (bloedend en niet-bloedend) worden. Het is een screeningsmethode waarbij gekeken wordt naar de aanwezigheid van een enzym dat altijd door de tumor wordt afgegeven. Een verhoogde uitslag bij dit onderzoek kan wijzen op een carcinoom in de dikke darm, maar kan ook een aanwijzing zijn voor een (chronische) darmontsteking. Doorverwijzing voor vervolgonderzoek bij specialist (colonrectaal onderzoek) is dan dringend aan te raden. G) Transglutaminase-antistof Transglutaminase is een enzym dat door het darmweefsel geproduceerd wordt. Het enzym zorgt voor de stabiliteit van het weefsel (induceert bindingen tussen proteïnen). Als het weefsel beschadigd wordt zoals bij coeliakie, komt de transglutaminase vrij. Ze kunnen bindingen tussen gliadine veroorzaken of zelf met gliadine verbinden. Zo ontstaan er proteïneverbindingen die door het lichaam als vreemde stoffen (antigenen) herkend worden en de productie van antistoffen veroorzaken. Een verhoogd gehalte van de transglutaminase-antistof in de ontlasting is typisch bij coeliakie. Het onderzoek naar de transglutaminase-antistof wordt meestal als bevestiging van een verhoogd antigliadine-gehalte gebruikt. Stap 3  in de onderzoeksmogelijkheden

Hier kunt u onderzoeken of er problemen zijn in de immuniteit van de darmen zelf. Dit heet het Secretorisch IgA. Dit onderzoek geeft duidelijkheid over de functie van het darmgeassocieerde immuunsysteem. Een te lage sIgA wijst op infectiegevoeligheid van de slijmvliezen, neoplastische ziektes, atopieën, chronische darmaandoeningen zoals Morbus Crohn of Colitis Ulcerosa en auto-immuunziekten.

SIgA- antilichamen worden door een binding aan cysteïne resten van de mucus een vast bestanddeel van het niet-beweeglijke slijmvlies (“unstirred layer”). De sIgA-antilichamen zijn een belangrijk onderdeel van het “antiseptic painting” in de darm. De taken van sIgA zijn: · neutralisatie van antigenen, toxinen en virussen · ondermijning van translocatie van micro-organismen · ondermijning antigenpinozytose · bacteriocide werking (in samenwerking met lysozymen en het compliment systeem) · werkt zonder ontstekingen te veroorzaken .

Belangrijk!

Het secretorische IgA is een opvallende beschermingsglobuline voor alle slijmvliezen. Hoofdzakelijk wordt door sIgA de binding met niet wenselijke micro-organismen aan de slijmvliezen ondermijnd. Dit onderzoek kan met een fecesonderzoek aangevraagd worden en is bij iedere immuunsysteem-gerelateerde vraagstelling zeer zinvol.

Stap 4 in de onderzoeksmogelijkheden

Bij deze stap kunt u onderzoeken of er metabole oftewel stofwisselings problemen zijn.  Daarvoor wordt gebruik gemaakt van:

De Metabolische disfunctie-test uit urine (Indicaan, skatol)

Deze uricolour-test is gebaseerd op een kleurreactie tussen de inhoudstoffen van de urine en een mengsel van salpeterzuur. Er ontstaan verschillende eenduidige kleurreacties in ringvorm. Een kringvormige kleuring geeft een beginnende stofwisselingsstoornis en functionele storingen aan. Dit onderzoek is bijzonder geschikt om stoornissen vanuit de dunne darm op te sporen, de test geeft een duidelijk beeld van een dunne darm geassocieerde disbiose.

Indican en skatol

Via deze urinetest worden indican en skatol opgespoord. Dit zijn de afvalstoffen die in de urine terecht komen als het aminozuur tryptofaan onvoldoende wordt afgebroken door bacteriën in de darmen. Een verhoogd gehalte van deze afbraakproducten is een aanwijzing voor rottings veroorzakende darmflora en dus een disbiose (SBOG-syndroom = Small Bowel OverGrowth Syndrome). Dit proces kan een potentiële veroorzaker van carcinomen zijn. Bovendien kan een voeding die veel tryptofaan bevat (heel veel vlees) verhoogde waarden van indican en skatol veroorzaken.

Een volgende mogelijke oorzaak van verhoogde waarden van de indican en skatol kan de stofwisselingsziekte Phenylketonurie (PKU) zijn. Met deze test zijn behalve het Overgrowth syndroom en een disbiose in de darm, de volgende disfuncties vroegtijdig op te sporen:
- blaasproblemen / fluor albus (witte vloed) 
- galstoornis 
- leverfunctiestoornis 
- nierstoornis /  nierstenen Stap 5 Onderzoek naar lactose intolerantie? De Waterstofademtest  Dit onderzoek geeft duidelijke informatie over de darmfunctie, vooral over de mogelijkheid om suikers uit uw voeding op te nemen. Indicaties voor deze test zijn:
- buikpijn 
- opgezette buik 
- diarree 
- verdenking op lactose-intolerantie.

Voeding komt via de maag eerst in de dunne darm, waar alle nuttige voedingsstoffen in het lichaam worden opgenomen. Wat niet kan worden gebruikt, komt in de dikke darm terecht. Melksuiker kan niet zomaar worden opgenomen, maar moet eerst door een enzym (lactase) worden gesplitst in glucose en galactose. Gebeurt die splitsing onvoldoende, dan kan de melksuiker niet uit de dunne darm worden opgenomen en komt deze terecht in de dikke darm. Soms wordt dat veroorzaakt doordat de darmwand door ziekte is aangetast, maar vaak is het een normale ontwikkeling. Bij veel mensen vermindert na de eerste levensjaren namelijk de aanmaak van lactase en daardoor komt er meer melksuiker in de dikke darm.

Ook bij andere suikers kan de opname door de dunne-darm-wand soms een probleem zijn. Ook dan komen de suikers terecht in de dikke darm. De dikke darm wordt bevolkt door bacteriën die alle suikers, zetmeel en voedingsvezels die de dikke darm bereiken, vergisten. Bij deze gisting worden kleine vetzuren en gassen gevormd. Als er te veel suikers in de dikke darm worden vergist, kan dat klachten geven als buikpijn, een opgezette buik, winderigheid en diarree. Waterstofgas Een van de gassen die gevormd worden, is waterstofgas. Dit waterstofgas komt via de darmwand snel in het bloed terecht en wordt dan via de longen uitgeademd. De hoeveelheid uitgeademde waterstof is een goede maat voor de verteringsfunctie van de dunne darm. Het onderzoek De waterstofademtest duurt meestal drie uur. Voorafgaand aan de test wordt eenmaal een ademmonster genomen om de uitgangswaarde van waterstof in uw adem vast te stellen. Daarvoor moet u in een buis blazen. Vervolgens drinkt u een in water opgeloste melksuiker . Nadat de testoplossing is opgedronken, wordt elke dertig minuten de hoeveelheid waterstof in de adem bepaald, steeds aan de hand van twee ademmonsters (blazen in een buisje). Tijdens deze test mag u niet eten of drinken en moet u zo rustig mogelijk blijven. De benodigde testset kunt u aanvragen. Er wordt een instructiefolder meegestuurd waarin de afname goed wordt toegelicht. Stap 6 Onderzoek naar maagbacterie en/of virulente factorenHier zijn twee onderzoeksmogelijkheden. 

Helicobacter pylori Helicobacter pylori is de opwekker van chronische gastritis, maag- en darmzweren en is eveneens bij de ontwikkeling van maagcarcinomen betrokken. Naast de invasieve gastroscopie kan de Helicobacter pylori ook met specifieke kweekmethodes, antilichamen of een waterstofademanalyse opgespoord worden. Zowel de waterstofademtest als de specifieke kweekmethode is als een zeer zinvolle, niet-invasieve testmethode te zien. Virulente (ziekmakende) factoren Bij dit onderzoek wordt er gekeken in hoeverre de darmflora, of vaginale flora, of opgespoorde potentieel pathogenen (ziekteverwekkers) in staat zijn schadelijke effecten uit te oefenen. Deze test is van belang bij chronische ziekten en recidive. In een eubiotische darmflora (gezonde darmflora) komen deze virulente (ziekmakende) factoren niet voor. Een verhoging van 1 of meer van de virulente factoren is altijd een indicatie voor een functionele dysbiose. Zie op verder op de site het artikel Voeding en dysbiose en het artikel Kwalijke bacteriën & kwalijke werkingen.

 

Boekentips

Doorsturen
Stuur deze informatie per email door