Een goede vertering: het halve werk

Lees meer over vertering in het boek "Ik heb er mijn buik van vol" Ik heb er mijn buik van vol

Winderigheid, onduidelijke klachten in de onderbuik, diarree, obstipatie en andere maag-darmstoringen, gaan vaak gepaard met min of meer duidelijke verschuivingen in de darmflora. Met als resultaat een onvoldoende werkende spijsvertering en/of onvoldoende opname van de voedingsstoffen. Met behulp van bepaalde testen is het mogelijk een gebrekkige vertering (spiervezels, zetmeel, neutrale vetten, vetzuren) in de ontlasting aan te tonen. Deze eenvoudige, snelle en goedkope methode is een eerste aanwijzing op verstoringen in uw vertering of in uw opname. Soms kan verder onderzoek nodig zijn.

Bacteriële dysbiose De darmflora beschermt uw lichaam tegen infecties, produceert belangrijke voedingsstoffen en speelt een belangrijke rol in uw immuunsysteem. Een goede balans in deze darmflora is dus essentieel. Als deze balans verstoord raakt spreken we van een 'bacteriële dysbiose'. Meestal betreft dit een teveel van een of meerdere soorten met minder gunstige eigenschappen, zoals een schimmelsoort of de bacterie Clostridium of Pseudomonas. Deze overgroei gaat ten koste van de goedaardige flora (bijvoorbeeld de Bifido en Lactobacillus).  Meer over zulke schimmels en bacteriën leest u bij pH-waarde van uw darmflora.
Het ontstaan van een dysbiose Een disbalans in de darmflora ontstaat door verschillende oorzaken. Hier noemen we er enkele. Zo bestaat er geen twijfel aan de onmisbaarheid van antibiotica. Het zijn echte levensredders in noodgevallen. Naast de ziekteverwekker die bestreden wordt, kan bij sommige antibioticabehandelingen (oraal, breedspectrum) helaas een zeer groot gedeelte van de goedaardige microflora in de darm verdwijnen. De zo ontstane ‘lege’ darm is zeer gevoelig voor infecties zowel van buitenaf als van binnenuit door bepaalde stoffen die zich nog in de darm bevinden. Twintig tot dertig procent van de mensen die behandeld zijn met breedspectrum antibioticatherapie krijgt diarree die bijna altijd het gevolg is van een infectie met Clostridium. Verder kunnen er ook andere infecties optreden zoals door Candida, E-coli en gistschimmels. Niet alleen antibiotica kan een ongewenste bijwerking op de goedaardige microflora geven. Andere mogelijkheden zijn:

  • Langdurige of frequente obstipatie
  • Chloor en andere bacteroïcide chemicaliën (zware metalen, medicijnen, fluor e.d) die zich in het drinkwater bevinden.
  • Vlees uit de bio-industrie met antibiotica
  • Overmatig alcohol gebruik/misbruik.
  • Overmatig suiker-, vet- en dierlijk eiwitgebruik (bijvoorbeeld kaas, vlees, melk).
  • Eten van bedorven voedsel, voedselvergiftiging.
  • Langdurig vasten. Of niet eten, zoals bij eetstoornissen kan voorkomen.
  • Verteringsstoornissen (onvoldoende maagzuur, slechte galfunctie, slechte pancreasenzymen productie, slechte darmperistaltiek).
  • Infecties.
  • Darmoperatie, bestralingstherapie en chemokuur.
  • Medicijngebruik (bijvoorbeeld de NSAID’s, dit zijn ontstekingsremmers).
  • Emotionele en fysieke stress.
Doorsturen
Stuur deze informatie per email door