Veel geneesmiddelen, het (neuro)toxische cyanide ion, endogene en exogene neutrotransmitters, catecholamines, peptide hormonen, steroïden, galzuren, glucosamineglycanen, amines en fenolen, worden allemaal via sulfatie ontgift. Een goede sulfatie is ook van belang voor de functie en integriteit van de membranen van de darm en de nieren en voor de functie van verschillende enzymen, waaronder insuline, gastrine en cholecytokinine (CCK).
Het meeste zwavel (sulfaat) voor de sulfatie komt van de oxidatie van zwavelhoudende aminozuren (zoals methionine, cysteïne). Via enkele stappen kan uw lichaam uit het essentiële zwavelhoudende aminozuur methionine het zwavelhoudende cysteïne vormen. Daarbij is het wel van belang dat er voldoende vitamine B 6 en het aminozuur serine aanwezigis. Het cysteïne kan vervolgens via oxidatie en transaminatie omgezet worden in sulfiet. Uit dit sulfiet kan tenslotte via oxidatie sulfaat gevormd worden, dat uiteindelijk nodig is voor de sulfatie.
Is er een verstoring van het zwavelmetabolisme (de sulfatie) dan kan dit leiden tot een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmen, een verminderde terugresorptie van stoffen (waaronder sulfaat) uit de nieren, problemen met het ontgiften, neurologische en allergische klachten. Zo zijn er verstoorde zwavelmetabolismen o.a. gevonden bij de bovengenoemde ziektebeelden en bij autisme.
Andere zwavelgerelateerde problemen zoals een verstoorde sulfotransferase ziet men bijvoorbeeld in klachten bij het eten van chocola, kaas, bioflavonoiden (quercitine, genisteïne, fruit, broccoli, aspirine, e.d). Ook diverse medicijnen, vanille en additieven kunnen daartoe leiden.
Sulfiet en sulfaat Sulfiet in de urine geeft informatie over de hoogte van de sulfietinname via de voeding en/of het vermogen van het lichaam om sulfiet in sulfaat om te zetten. Want het pas het sulfaat dat kan zorgen voor een goede sulfatie.
Voor die omzetting van sulfiet in sulfaat is het molybdeen bevattende enzym sulfiet-oxidase nodig. De hoeveelheid sulfiet in de urine is daarmee ook een aanwijzing of er een potentieel tekort is aan dit molybdeen. Enkele bronnen van molybdeen zijn melk, orgaanvlees, peulvruchten en volkoren producten. verschillende zwavelbronnen zijn: ei, vlees, vis, uien, knoflook, kool, mierikswortel, spruitjes, granen, noten, zaden en speciale bronwaters.
Molybdeen is overigens ook noodzakelijk bij de omzetting van aldehydes (de zogeheten aldehyde- ontgifting) geproduceerd door schimmels in de darmen.
Het sulfaatgehalte in de urine kan onderzocht worden en dit onderzoek kunt u thuis doen. De kosten zijn (prijspeil januari 2006) € 125,- . Deze test geeft informatie over het ‘verlies’ van sulfaat via de urine. De mate van sulfatie van de eiwitten van de niertubuli bepaalt mede hoeveel sulfaat heropgenomen kan worden en hoeveel wordt uitgescheiden met de urine.
Er is ook een onderzoek om het vrij en totaal-sulfaat in het bloed aan te tonen. De kosten daarvan zijn (prijspeil januari 2006) € 60 (via ELN-laboratorium te Bunnik). Dit onderzoek kan aanvullende informatie geven. U kunt de aanvraagformulieren voor dit laboratorium voor dit onderzoek bij onze site aanvragen via het contactformulier.

